Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De Algemeene vergadering van het Eeuwjaar.

Op Woensdag 14 Juli en volgende dagen had, begunstigd door fraai en toch niet al te heet zomerweder, te Rotterdam de viering van het honderdjarig bestaan van het Nederlandsclie Zendelinggenootschap plaats. Het was niet de honderdste verjaardag: die valt eerst op den 19 den December in. Maar het was de Jaarvergadering van het eeuwjaar, en alzoo de aangewezen gelegenheid tot gemeenschappelijke viering van het eeuwfeest.

In eene der benedenzalen van de Societeit „de Harmonie" kwamen Bestuurders en afgevaardigden tot dat doel bijeen. Dooide goede zorgen van de Feestcommissie was het ruime, luchtige lokaal, dat door verscheidene openslaande ramen met den uitgestrekten binnenhof in verbinding staat, even smaakvol als zinrijk ingericht en versierd. Achter de voorzitterstafel prijkte in smetteloos pleister het welbekende vignet van het Genootschap: de vrouwenfiguur, voorstellende de Zending, met den palmtak des vredes in de rechterhand, terwijl het kruisteeken rust in den linkerarm en de linkerhand den avondmaalsbeker draagt, door de opgaande zon bestraald, en met het omschrift: „Yrede door het bloed des Kruises". Links daarvan een schild met het jaartal 1797, waaruit allerlei wapentuig opstak, als zinnebeeld van heidensche oorlogszuchtigheid en wreedheid, - rechts een dito met het jaartal 1897, in een trofee, samengesteld uit de vlaggen van Nederland, Rotterdam en de witte vlag des vredes. In de hoeken, de banieren der landen, van waar men afgevaardigden op het feest verwachtte; voorts, aan beide zijden vaandels met de namen der verschillende zendingposten van het Genootschap, - alles aangevuld en gesteund door een keurig arrangement van bloemen en planten, dat aan de zaal een recht feestelijk karakter bijzette.

Geleid door den Voorzitter des Hoofdbestuurs Dr. A. Drost Dz., predikant te Delft, werd de vergadering door dezen met een korte toespraak geopend, waarna gezongen werd Gez. 252 : 1, en de Voorzitter, bij dat lied zich aansluitend, voorging in het gebed. Als eerste handeling der vergadering werd een telegram van hulde, erkentelijkheid en heilbede verzonden aan II.II. Majesteiten de Koninginnen op het Loo, waarvoor weldra een telegrafische dankbetuiging inkwam, geteekeiul door den Adjudant van dienst, Graaf vau den Bosch. Tal van ingekomen brieven en telegrammen uit binnen- en

Sluiten