Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermogen, zendingsliefde bij het publiek te wekken door alles, wat hij uit zijn werkkring geeft te hooren en ook door middel van lichtbeelden geeft te zien.

Toont de vergadering door levendig applaus hare instemming met dit woord van erkentelijkheid en afscheid aan een hooggewaardeerden zendeling, die eerlang naar zijn arbeidsveld hoopt weder te keeren, niet minder is dat het geval met de even warme als welverdiende dankbetuiging, door Br. Schuller tot Peursum, als Onder-voorzitter van deze vergadering, voor zijne uitstekende leiding tot den Voorzitter gericht, - den man, wien nooit iets te veel is, wat dienen kan om de zaak van het Genootschap te bevorderen, en die dat ook thans weder op zóó treffende wijze heeft betoond. Met het zingen van Gezang 96 en dankgebed door den Voorzitter wordt daarop deze Jaarvergadering van het eeuwjaar gesloten.

Des namiddags ten half drie volgde er nog een aandoenlijke plechtigheid op de begraafplaats Crooswijck : de onthulling van een hardsteenen monument, als hulde van zijne voormalige leerlingen, op het graf van den in 1895 ontslapen, algemeen geachten Neurdenburg. In bijzijn van familiebetrekkingen en vele belangstellenden had deze onthulling plaats. Prof. Poensen, van Delft, voormalig zendeling van het Genootschap, was daarbij de tolk van alle zendelingen en hulppredikers in Indië, die tot deze daad van piëteit hebben medegewerkt, en gaf eene van hoogschatting en liefde getuigende schets van den vereerden doode, waarna hij het monument aan de familie overdroeg. Namens deze werd het door den Heer Roskes, als schoonzoon van den ontslapene, met eenige treffende woorden in bezit genomen. Het was een eerbewijs, dat de overledene zelf nooit zou hebben begeerd; tot de plaatsing waarvan de familie dan ook slechts noode hare toestemming gegeven had, doch dat zij nu, onder hartelijke dankbetuiging aan de gevers en aan Prof. Poensen als hun tolk in het hijzonder, met het oog vooral op dat „Gode alleen zij de eere!" aanvaardde en in eere houden zou.

Deze laatste woorden vormen namelijk het randschrift aan de onderzijde van de plaat, die het eenvoudig doch waardig en smaakvol grafteek en dekt. Aan de bovenzijde leest men de lievelingsspreuk van den ontslapene: „Kennis wekt geestdrift," ter linkerzijde: „Het Koninkrijk der Hemelen is als een zuurdeesem," rechts: „Zalig zijn de dooden, die in den Heer sterven." In het midden : „Aan Johan Christiaan Neurdenburg, 20 Juli 1815-24 April 1895," en, door een palmtak daarvan gescheiden: „Onzen leermeester en vriend."

Des Donderdagnamiddags ten half zes had er een opgewekte

Sluiten