Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulus weet dat van al degenen, die hij daar voor zich ziet, hij zelf de gelukkigste, de meest benijdbare is. En dat hij reden daarvoor heeft, dat blijkt o.a. uit het feit, dat hij, wat hij zelf bezit, anderen toewenscht. Waar geluk maakt mededeelzaam. Paulus toont dat ware geluk te bezitten, doordat hij het anderen toewenscht.

Ons dunkt dit de ware zendiuggedachte. De mannen, die op 19 December 1797 op aansporing van van der Kemp vergaderden en tot oprichting \an het Nederlaudsche Zendelinggenootschap besloten (1), hadden ook wel kunnen wijzen op het een en ander dat geleek op de banden van Paulus. Wanneer men op hun toestand let, dan springt het meest in het oogallerlei, dat hen tot deernis waardigen, veeleer dus tot benijde/tawaardigen stempelt. Zij beleefden inderdaad een kommervollen tijd, een tijd van oorlogen en geruchten van oorlogen, een tijd van onzekerheid en achteruitgang op elk gebied. Maar dit alles was voor hen, evenals zijn banden voor Paulus, bijzaak ; het voornaamste in hunne ziel, bij hen als bij Paulus, dat was het Evangelie, dat hen blijde maakte met een blijdschap, die het ongeluk van anderen niet kan aanzien.

Laat ons in deze jubelmaand van dit ons jubeljaar nog eens uitspreken deze zendinggedachte. Wij zullen weldra wederom mede juichen: „eere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de menschen eeu welbehagen." Wij zullen verkondigen ,,de groote blijdschap, die al den volke wezen zal". En door dit alles zal er in ons hart zijn zielsverrukking over zoo groote verlossing, die ons in Christus is bereid; wij zullen getuigen van een liefde Gods, waarvan niets ter wereld ons kan scheiden; wij zullen spreken van een vrede Gods, die alle verstand te boven gaat. En al blijven er dan ook voor ons nog „banden", banden van aardsche rampen, banden des doods, banden van eigen zonden bovenal, dit alles is voor ons niet meer het voornaamste, immers het tijdelijke, het voorbijgaande, en daarom ondergeschikte. Het voornaamste, dat is ook voor ons de juichkreet, die Paulus ons op de lippen legt, en die al het andere onverstemt: Indien iemand in Christus Jezus is,

(1) Zie de portretten.

Sluiten