Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Uit een brief van Br. D. Louwerier.

Iu April kwam bij mij een Baden (1) (Soering di Nótö), die mantrie (2) bij het boschwezen was geweest in het Lamongausche, waar hij kennis had gemaakt met de jonge gemeente van Br. Kruyt. Hij wilde Christen worden en verzocht mij om onderwijs. Hij was hierheen gekomen, om ver van zijne familie te zijn, opdat die hem niet iu zijn voornemen ïou verhinderen. De oud-voorganger en ik gaven hem onderwijs en hadden in hem een ijverig leerling. Daar ik geen werk voor hem had, stuurde ik hem na drie weken naar Br. Kreetner, waar hij thans behulpzaam is bij het gereedmaken van medicijnen. I)e begeerte van dezen Baden is echter om voorganger te worden, waar ook is hem onverschillig, iets dat eene zeldzaamheid is. Ik geloof, dat de man het eerlijk meent.

Deze Baden beschreef zijne levensgeschiedenis, waaruit ik u iets wil mededeelen. Nadat hij verhaald heeft, hoe hij met Christenen in aanraking kwam en de begeerte in hem ontwaakte, om ook Christen te worden zegt hij: //Thuis zijnde sprak ik met mijnen vader (gewezen assisteut-wedönö) (3) en mijne moeder. Ik zeide: //Vader en moeder, zij het mij veroorloofd u iets te vertellen." Vader en moeder antwoordden aldus: //Wat wil je zeggen jongen?" Ik zeide toen: //Vader, daar ik reeds dikwijls de bijeenkomsten van de Christenen heb bijgewoond, gevoel ik zeer, vader, dat ik nog geen Oversten Leidsman bezit, indien ik den Christengodsdienst niet omhels en dien waarlijk volbreng. Daarom verzoek ik u, vader, dat gij mij toestaat Christen te worden. Heerlijk vader, indien gij ook Christen wildet worden, want evenals ik is u ook een zondaar, lederen dag doen wrj wat zondig is, volbrengen wij Gods lieve! niet." Vader en moeder antwoordden daarop: //Hé jongen, hoe kom je aan zoo'n begeerte, wil jij geen prijaji (ambtenaar) worden, die een hoogen post bekleedt evenals je grootvader en voorouders, want C/iristenen kunnen (/een prijaji worden, die den kleinen man besturen, want zij (de Christenen) moeten lankmoedig zijn; en daarbij ben je geen afstammeling van Christenen, je bent een afstammeling van een boepati (Begent), je voorouders waren allen boepatis, daarom mag je niet begeeren Christen te worden; en dan het Christendom is de godsdienst van de Hollanders." Ik antwaardde daarop: //Dus u getuigt dat de Christenen lankmoedig moeten zijn; is het niet goed, indien zij lankmoedig zijn?" Mijn vader antwoordde

(1) Iemand van vorstelijke afkomst. (2) Opzichter. (3) Dorpshoofd.

Sluiten