Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het meest geliefd. Hij is iemand met een krachtig geloof en grooten ernst. Ook in huis wordt door hem en de njora niets anders als Bataksch gesproken, zoodat zijne kinderen dan ook geen andere taal verstaan. Het huis is daar steeds vol menschen. Zoo ook dien avond. En Tampenawas liet de gelegenheid niet voorbijgaan. Door de prediking des Evangelies is te Pernangënën reeds één man gewonnen voor den Heer! In den vorm nu van een catechisatie, voor dien man alleen, in werkelijkheid echter voor de geheele schare daar aanwezig, behandelde Tampenawas het geloof in God, en de liefde Gods in Christus; helder, practisch, echt Bataksch toegelicht. Opmerkelijk zooals men luisterde! En Tampenawas spreekt niet mooi. Het komt er met horten en stooten uit. Men ziet hoe hij met de taal worstelt; maar wat hij zegt, is goed, en het zijn woorden met weerhaken, die in de ziel blijven zitten. Het was mij goed dien avond onder de Bataks! En ik ben blijde ook de goeroes bezocht te hebben. Ik vlei mij met de gedachte, dat onze besprekingen hun geloofsmoed hebben versterkt. Hoe afmattend moet het ook voor hen zijn, 'altijd door te werken — en geen of nagenoeg geen vruchten te zien!

Datzelfde afmattende doet zich ook te Boeloeh-Hawar gevoelen. Sedert 1^90 is hier een zendeling gevestigd en tot heden werden gedoopt 9 mannen, 1 vrouw en twee kinderen. Bovendien behoort sedert eenigen tijd een Toba-Batak, door Br. Schütz gedoopt, mede tot de gemeente. In het geheel dus 13 zielen. „Een gering resultaat" zal menigeen zeggen. Voorzeker, en daarbij blijven ook de teleurstellingen niet uit! Een der getrouwde Christenen heeft tijdens de afwezigheid van Br. JousTitA een vrouw er bijgekocht. Daarover aangesproken, is hij uit schaamte van hier vertrokken naar de bergen Een ander, van wien Br. Joustra hoopte, dat hij goeroe zou worden, en die reeds dienovereenkomstig onderwijs ontving, verliet hem plotseling, om te Medan een ondergeschikte betrekking te aanvaarden. Nog een paar jonge, ongehuwde mannen, doopelingen van Br. Wijngaakden ', vertoonen zich ninuner in de godsdienstoefeningen ; één van hen is zelfs in de verleiding van liet dobbelspel, met den aankleve van dien, gevallen.

Zoo das reeds onkruid onder de tarwe! Maar dan toch ook enkelen die stand houden, van wie het schijnt, dat een nieuw leven in hen gekomen is. En waar ook slechts een sprankje van dat leven gezien wordt, daar voorzeker is de arbeid niet vergeefs. Slechts „met goeden moed'' voorwaarts, de krachten verdubbeld, opgezien naar Boven, vanwaar alléén zegen op ons werk te wachten is!

Geen school heeft meer geleden, dan die te Boeloeh-Hawar.

Sluiten