Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het rijk van Israël was één zeer juist opgevat en op papier gezet. Van de twee andere opstellen was er één goed en één voldoende, ergo niet bijzonder. Het vierde onderwerp, hoe schoon ook ter uitwerking, was slechts door één gekozen. Het begin van deze preekschets was bepaald mooi en daarom was 't te meer jammer, dat het geheel niet aan het begin beantwoordde. Toch zou dit werk nog goed geweest zijn, ware het derde gedeelte der schets praktischer geweest. Nu was 't slechts ruim voldoende.

Van de drie opstellen over Paulus was één uitstekend, één goed, maar het derde slechts ruim voldoende.

Het maken van een opstel over een pedagogisch onderwerp.

De kweekelingen konden kiezen uit de volgende vijf onderwerpen: Hoe leert men kinderen met vrucht lezen? Welke straffen mogen op school toegepast worden? Hoe leert men kinderen zindelijkheid? Hoe moet de aardrijkskunde onderwezen worden? Hoe moet een onderwijzer aan kinderen duidelijk maken dat 2 + 2 — 4; 2 X 2 — 4; 2 — 2 — 0, en 2 : 2 — 1?

Het tweede, het derde en het vijfde onderwerp werden ieder door slechts één opstel vertegenwoordigd. Dat over het tweede onderwerp was uitmuntend. Het verried kennis van zaken, die door de meerdere ervaring slechte bekrachtigd en vermeerderd behoefde te worden. De indruk van het opstel over de Zindelijkheid was goed en zeer juist was de opvatting. Te meer valt 't te bejammeren, dat vooral hierin de theorie herhaaldelijk door de praktijk gelogenstraft wordt. - Dan wij willen hopen, dat de steller ook in dat opzicht op den weg is naar de volmaking. - Het minste van deze drie opstellen was dat over het vijfde onderwerp, dat slechts ruim voldoende genoemd mocht worden.

Het eerste onderwerp over V met vrucht leeren lezen werd door twee aspiranten gekozen. Het opstel van één dezer twee was zeer goed, het andere goed. Resteerende alzoo nog de opstellen over het vierde onderwerp Hoe moet de aardrijkskunde onderwezen worden? Van de zes behandelingen over dit onderwerp waren twee zeer goed, twee goed en twee voldoende.

Ten slotte nemen wij uit het verslag nog het volgende op, omdat het kenschetsend is voor den aard van Br. Hiebink Rooker's arbeid. Nadat hij heeft verhaald van het admissie-examen, op 24 Juni gehouden en waar 13 aspiranten werden toegelaten, spreekt hij van eenige teleurstellingen in dezer voege:

De een had geen lust meer in leeren; hij zou nooit een goed onderwijzer, veel minder een goed voorganger geworden zijn, beweerde hij. Aan den eenen kant speet het mij zeer, daar hij een prachtigen aanleg had. Toch stond daartegenover, dat hij geheel geen voordracht had, zeer zacht sprak en koppig was als een stier. Er is lang en ernstig met hem gesproken, zoowel door Br. De Vries, wiens leerling hij was, als door mij; er is hem bedenktijd toegestaan; toch volhardde hij bij zijn besluit en moesten wij hem dus wel ontslaan. De ander was gepikeerd, omdat hij niet

Sluiten