Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

provisiekamer? Wat nut het haar of ze al thuis zijn in de geschiedenis, doch niet in keuken of linnenkast?

Meer dan vroeger, de jaren van Mejuffrouw Krook misschien uitgezonderd, wordt dan ook de opvoeding in practisch huishoudelijke richting gestuurd, en getracht zin voor netheid, orde en gezelligheid aan te kweeken.

Eigenlijk zijn we daarmede voortdurend bezig, van Zondagmorgen, als de nieuwe week begint voor degenen, die op haar beurt zeven dagen lang hebben te zorgen, dat de slaapkamers er knapjes en netjes uitzien, tot Zaterdagmiddag, wanneer met de meisjes de wasch wordt nagezien en zij zei ven, onder toezicht, moeten verstellen wat aan hare eigene kleedij reparatuur behoeft, de grooteren de kleintjes bijspringende, - het laatste evenwel niet altijd met moederlijke liefde cn blijmoedigheid.

En onder deze bedrijven door zijn, bij geregelde beurten, de oudere meisjes nu eens in de keuken of bij den passar (markt), dan weer boven of bij de wasch bezig om, al doende, te leeren, wat een practische huismoeder alzoo moet kennen. Zóó ging het in het afgeloopen jaar, en zoo zullen we het nieuwe jaar beginnen en voortgaan tot tijd en wijle mocht blijken, dat dè praktijk niet meer de beste methode is voor de huishoudelijke opvoeding.

Twaalf onzer meisjes namen in het afgeloopen jaar deel aan bovenbedoelde geregelde huishoudelijke bezigheden ; twaalf - van de 33, die wii op 't oogenblik in huis hebben. Want we zijn in het afgeloopen jaar achteruitgegaan, wat het aantal leerlingen betreft. Uit klinkt nu wel niet mooi in een Jaarverslag, maar het is, dunkt mij beter in dezen nuchter de zaken bloot te leggen dan met hoogdravend verslaggeredeneer om de waarheid heen te draaien.

Wij eindigden 1896 met 51 leerlingen, waarvan 44 meisjes, 39 internen en 5 externen, benevens 7 jongens, en thans hebben wij 43, te weten 37 meisjes, 33 in- en 4 externen, benevens 6 jongens, dat is 6 internen en één jongen minder, - hetgeen tevens beteekent idem zooveel aan schoolgelden minder.

Het is niet aangenaam dit te moeten vaststellen, vooral niet na een jaar van meer dan gewone inspanning. Toch hebben ons dit jaar niet meer leerlingen verlaten dan het vorige, precies evenveel, juist zestien. Eén daarvan overleed in de Paaschvacantie ten huize harer ouders. Ze was nog slechts kort op de school, als externe, en niet met veel gaven bedeeld. Haar heengaan was ons eene geschikte gelegenheid om haar makkertjes te wijzen op den ernst van het leven, dat, zal het goed zijn, eene voorbereiding wezen moet voor de eeuwigheid. Zeven der vertrokkenen gingen heen oin financiëele reden. Drie van haar waren wij reeds eenigen tijd tegemoet gekomen door haar toe te staan tegen verminderd schoolgeld de school te blijven bezoeken, ik meende echter daarin niet nog verder te mogen gaan. Vijf gingen heen door verplaatsing der ouders naar Menado, waar men goede dagscholen heeft, die tegen aanmerkelijk minder schoolgeld toegankelijk zijn. Twee gingen van school, omdat zij den leeftijd bereikt hadden om thuis wat te gaan helpen.

Sluiten