Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ongetwijfeld heeft daardoor zijn stuk voor eene juiste voorstelling der toestanden gewonnen. Met een enkel woord willen wij hier meêdeelen wat Br. A. Krui.it schrijft aangaande Soerabaja. De ervaring heeft geleerd dat tot nu toe de zending in hoofdplaatsen als deze weinig succes heeft. Men weet hoe, ondanks den getrouwen arbeid van Br. Hoezoo , te Samarang niet meer dan een handvol christenen worden gevonden. De zustervereenigingen, die te Batavia werken, ondervinden dezelfde inoeielijkheden. Br. Jellesma's werk werd eerst vruchtbaar toen hij van Soerabaja naar Mödjö-Warnö was verhuisd. Br. Kreemeu trok van Malang naar Swaroe; Br. Poensen van Kediri naar Semampir. De veelvuldige aanraking met Europeanen werkt helaas meestal ongunstig op den inlander, in zooverre n.1. dat hij voor het Evangelie veel minder toegankelijk wordt.

Te Soerabaja nu bestaat slechts een kleine gemeente, niettegenstaande daar het eerst (door vader Einde) de evangelisatie van Java begon. Ze staat onder leiding van Kjai Mattheus, een man, die, volgens getuigenis van Br. Kruijt , voor zijn taak ten volle berekend is. Niettemin schrijft deze, dat, zoo vaak hij in Soerabaja optreedt, zijn hart beklemd wordt, omdat hij velen mist onder de aanwezigen, die tegenwoordig hadden moeten zijn. De reden daarvan is, dat de leden der gemeente voor het grootste gedeelte in betrekking zijn, en door hunne heeren worden verhinderd de samenkomsten bij te wonen. Men tracht hierin te voorzien door des Zondagsavonds van half negen tot half tien Bijbelbespreking te houden, een maatregel evenwel, waardoor het bestaande euvel niet voldoende wordt verholpen.

Br. Kruijt verwijst, in verband met een en ander, naar een verhandeling, door hein ter zendingconferentie te Amsterdam in het jaar 1896 voorgedragen. In dit stuk bepleit hij de vestiging van zendeling-artsen op hoofdplaatsen als Soerabaja. Men weet, dat overal elders de medische zending en de gewone evangelisatie hand in hand gaan. Br. Kruijt meent, dat op deze hoofdplaatsen de medische zending moet voorafgaan en de evangelisatie volgen. Dit denkbeeld verdient zeker ernstige overweging; in elk geval willen wij het in dit verband herhalen; mogelijk dat eenig jong medicus van christelijke beginselen er zijn aandacht aan wil wijden.

Omtrent het werk van onzen zendeling-arts hebben wij herhaalde malen in onze maandberichten, nog onlangs in die van Juni en Juli, een en ander medegedeeld, waaruit aan den eenen kant bleek, hoe Br. Bervoets een juisten blik heeft op hetgeen gedaan kan worden tot bevestiging en uitbreiding van het werk, dat hij heeft aanvaard, en aan den anderen kant, dat er veelszins zegen rust op zijn arbeid.

Sluiten