Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteund. "Wij deelden reeds mede, dat de reizen naar Todjo en Sigi door de BB. Kel'ijt en Adkiani gezamenlijk werden ondernomen. Mevrouw Adkiani maakte zich bijzonder verdienstelijk voor de school, die te Posso gehouden wordt voor de kinderen der daar gevestigde politie-soldaten. Eerst gedeeltelijk, daarna geheel werd zij door Mevr. Adriani waargenomen; en wanneer men bedenkt, dat de 16 leerlingen, volgens hun verschillenden aanleg, in 5 klassen moeten worden verdeeld en dat er onder hen Minahassers, Talaureezen, Gorontaleezen en Possoërs zijn, zoodat het onderwijs in het Maleisch moet worden gegeven, dat evenwel sommige kinderen nog niet verstaan, dan begrijpt men eenigszins voor welk een ontzettend zware taak Mevr. Adkiani 2 maanden lang heeft gestaan. Na afloop van dien tijd was zij gedrongen tot herstel van hare gezondheid naar het hooger gelegen Boejoenibajau te gaan, waarvan zij sinds tamelijk wel hersteld terugkeerde. Wij betuigen nog eens onze innige vreugde over deze broederlijke samenwerking. Posso is zeker nog geen gezegende zendingpost. Niet te min zien wij hoopvol de toekomst te gemoet. Alle elementen zijn aanwezig, die ons daartoe aanleiding geven. Gods beloften, die nimmer falen, zullen ook hier bewaarheid worden.

Deli.

Het verslag omtrent de Deli-zending is behandeld in ons maandbericht van Juli. Wij verwijzen er den belangstellenden lezer naar. Hier is het de plaats om het een en ander mede te deelen aangaande de belangrijke plannen, die omtrent deze zending hangende zijn.

In ons vorig jaarverslag hebben wij medegedeeld, dat Er. A. Kruijt, op zijn terugreis naar Java, Deli zou bezoeken. Men zal zich herinneren, dat reeds geruimen tijd geleden de overtuiging bij ons vaststond, dat de toekomst onzer Zending in deze streken de vestiging op het plateau vereisclite. Br. Joustra is gevestigd in de zoogenaamde doesoen, dat is op de helling tusschen de hoogvlakte, waar nog onafhankelijke Battak-stammen wonen, en de laagvlakten, waar de tabaksplantages gelegen zijn. De veelvuldige aanraking met de koelies, die op deze plantages werken, hebben reeds lang een nadeeligen invloed uitgeoefend op den zedelijken toestand dezer doesoen-bevolking, waardoor deze voor het Evangelie veel minder ontvankelijk is. De plateaubewoners worden door de doesoenbewoners voor hun stamvaders gehouden en zijn, doordat de bovenaangeduide nadeelige invloeden bij hen niet bestaan, in veel minder verdorven toestand. Men mag zich dus vau de Zendiug onder hen meer goeds beloven.

Sluiten