Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekerd inkomen van ƒ 34.000,—, staan de uitgaven tot een vrijwel zeker bedrag van ƒ 90.000,—. En al heeft nu ook de Heer tot nu toe altijd in onze nooden voorzien, zoodat door „giften en legaten" het ontbrekende werd aangezuiverd, toch meenen wij, dat deze toestand niet zoo blijven inag. Om zoo mooglijk daarin verbetering te brengen, besloot het Hoofdbestuur, na zeer rijp overleg en ernstig onderzoek, tot agent des Genootschaps te benoemen den Heer H. Sijsling.

Wij hopen, dat onze vrienden de beteekenis van dezen maatregel juist zullen inzien .en hun onmisbare medewerking verleenen, ten einde dien te doen slagen. Wij zullen onzen agent voorzien van een sciopticon en zooveel mogelijk telkens van nieuwe platen, op het zendiugveld genomen. Met of zonder instrument zal zijn taak zijn, door woord en beeld de kennis van ons werk te vermeerderen. Wij hopen, dat vele Broeders hem in staat zullen stellen in hunne gemeenten op te treden. De vele plaatsen, waar men Br. Kbuijt gaarne hoorde, en de nog meerdere, waar men hem gaarne zou hebben gehoord, geven ons aanleiding in di! opzicht goedsmoeds te zijn. Bovendien zal het de taak zijn van onzen agent, om van den indruk, dien hij door zijn woord heeft gemaakt, zooveel mogelijk partij te trekken om contribuanten te winnen en giften in te zamelen. De predikanten onzer dagen moeten voor zooveel en velerlei steun vragen. De ervaring heeft geleerd, dat menigmaal iemand, die daarvan speciaal zijn werk maakt, op bloote aanwijzing van een predikant, zoo mogelijk met zijn aanbeveling, boven verwachting slaagde. Het was de ervaring van onzen vroegeren agent, dat hij overal met sombere vooruitzichten aan het werk toog, en dat ten slotte degenen, die zich weinig goeds van zijn arbeid voorspelden, zich verbaasden over het behaalde succes. Mocht dus nog iemand tegen dezen maatregel bezwaren hebben, dan verzoeken wij hem dringend zijn oordeel te willen opschorten. Wij voor ons hebben goedeD moed, dat zijn vrees zal worden beschaamd. En mocht onverhoopt ons vertrouwen blijken misplaatst te zijn geweest, dan hopen wij ter rechter tijd van den ingeslagen weg terug te keeren.

„Ik heb de wereld overwonnen". Ook aan ons zendingwerk kleven nog zoovele wereldsche elementen. En wanneer wij dat bespeuren en de wrange vruchten er van plakken, dan worden wij menigmaal kleinmoedig. Het afgeloopen jaar gaf daartoe, helaas, maar al te veel reden, en menigmaal hebben wij het ondervonden, dat het geen geringe zaak is de taak, die ons Genootschap heeft

Sluiten