Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanvaard, met kloeken moed voort te zetten. Maar wanneer onze armen traag; en onze knieën slap dreigen te worden, dan treedt voor onzen geest de Man van smarten, die aan den ingang van Gethsemane heeft kuunen spreken: ,,lk heb de wereld overwonnen" en op grond daarvan ons toeroept „goeden moed te hebben". En dan herinneren wij ons, dat Hij Zijn woord waar heeft gemaakt, dat Hij inderdaad is gebleken der wereld te sterk te zijn en dat Hij nog nooit beschaamd heeft degenen, die in Zijn kracht hebben gearbeid. Hij heeft de wereld overwonnen, ook de wereld in ons werk; wat daaraan zondigs kleeft, dat wil Hij onschadelijk maken en wat daarin is naar de meening Zijns Geestes, dat wil Hij genadiglijk zegenen en als het mosterdzaad doen uitbreken tot een grooten boom, in welks takken de vogelen des hemels nestelen. Daarom, daarom alleen, maar daarom ook zeker en vol vertrouwen, gaan wij voort op den ingeslagen weg, met het lied van Luther in het hart en op de lippen:

Ons staat de sterke Held ter zij, Dien God ons heeft verkoren. Vraagt gij zijn Naam? zoo weet, Dat Hij de Christus heet, Gods eengeboren Zoon, Verwinnaar op den troon! De zeeg'' is ons beschoren !

2. Verslag der Algemeene Vergadering van 20 Juli 1898.

(Overgenomen uit de N. R. Ct.)

Indrukwekkend was de plechtigheid, welke hedenavond in de Groote Kerk plaats had. In eene samenkomst met de gemeente werden de kweekelingen Luinenbukg en De Vries als Zendelingen van het Nederlandsche Zendelinggenootschap afgevaardigd.

Ten 7 ure opende de Voorzitter der Jaarvergadering, Prof. Dr. P. D. Chantepie de la Saussaye , van Amsterdam, met het lezen van Matth . 28 : 16-20, en ging daarna voor in het gebed. Terwijl de gemeente zong Gez. 193 : 5, beklom de Feestredenaar, Ds. Mallinckrodt , van Maastricht, den preekstoel om vóór de afvaardiging een woord van opwekking te spreken in deze 101ste Jaarvergadering van het Genootschap. Hij bracht de gemeente in den kring van Maria en Martha te Bethanië, en bepaalde haar bij het woord van Jezus tot Martha gesproken: Eén ding is noodig, Maria heeft het goede deel gekozen, hetwelk van haar niet zal worden weggenomen.

Sluiten