Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men met geen mogelijkheid des Zondags een Swaroesche dogcart krijgen, gaat niemand meer op den rustdag uit jagen. Dit is een verblijdend teeken, temeer daar men dit besloten heeft op eene vergadering, terwijl ik afwezig was, dus zonder eenige bemoeiing van mij."

In Maart van het vorige jaar trad Br. Louwerier in het huwelijk, zoodat hij sedert dien tijd in zijn vrouw een trouwe hulp en steun bij zijn arbeid vindt. Wij laten hier volgen, wat hij daarover schrijft en over zijn eigen arbeid te Swaroe :

/'Mijne vrouw heeft drie kweekeling-meisjes in huis. Zij opende eene naaischool, die echter maar door een 10 tal meisjes wordt bezocht, terwijl een 50 tal schoolkinderen hieraan mogen deelnemen. Men stelt deze moeite niet op prijs; alweder een bewijs van de verregaande onverschilligheid van de Javanen. Hadden wij de kinderen door geschenkjes gelokt, de opkomst zou beter zijn. Dit deden wij echter niet. Men moet niet denken, dat men ons een pleizier doet door te komen, maar moet de begeerte gevoelen om goed en degelijk onderwijs te ontvangen. Later, wanneer men meer de vruchten van dit onderwijs ziet, zal de naaischool wel beter bezocht worden.

Dit jaar begon ik hier ook maandelijksche bidstonden te houden, waarmede men erg ingenomen was, daar men gaarne hoort vertellen van andere gemeenten en volken. De bidstond wordt gehouden op den eersten Maandag van iedere maand met maanlicht, zoodat de duisternis geen bezwaar is.

Naar vermogen droeg men bij voor den bloei der gemeente. De collecte des Zondags was vrij goed. In de gemeente-rijstschuur kwam ruim 7 amet rijst in. Deze hoeveelheid vertegenwoordigt in den duren tijd eene waarde van ruim ƒ 200. Dit jaar kwam er minder in dan gewoonlijk, omdat de oogst was tegengevallen.

De kerk onderging eene groote reperatie, bekostigd van de gemeentegelden, terwijl iedere dag verscheidene mannen zonder betaling kwamen werken.

De H. Doop en het H. Avondmaal werden op prijs gesteld. Eenmaal - en slechts hier - werd het H. Avondmaal gevierd, waaraan deelnamen 100 mannelijke en 102 vrouwelijke lidmaten. Eenige weken achtereen was er onderwijs voor de lidmaten, die aan het Avondmaal wenschten deel te nemen, terwijl ieder door mij werd bezocht, zoodat ik allen persoonlijk kon toespreken en als het noodig was wijzen op hunne tekortkomingen, opdat men met ware begeerte en vol ootmoed aan deze heilige plechtigheid zou deelnemen.'

Toch was er ook veel dat bedroefde en teleurstelde. Daartoe

Sluiten