Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwelingen, die hem volgen, wonen in eene soort loods op zijn erf en worden door hem als zijne kinderen behandeld. Ik wek hem steeds op zoo voort te gaan en om een voorbeeld te zijn voor zijne „kinderen", zooals hij de nieuwelingen noemt."

De school werd beter en geregelder bezocht dan in het vorige jaar. De opkomst in de kerk was bevredigend. En al ware het te wenschen, dat het Christendom meer leefde in de harten, toch viel er van het werk veel goeds te berichten. Des te meer valt het te betreuren, dat men niet meer ontginnen mag.

//Helaas, men mag niet meer ontginnen. Alle bosschen om den berg Kawi zijn bestemd voor de Gouvernements-koffiecultuur. Men kan het getal rijstvelden niet meer vermeerderen. Dit is hoogst jammer. De gemeente kan zich niet meer uitbreiden, zal daardoor steeds klein blijven en niet veel beteekenen. Pëniwen was nog in opkomst, het wordt nu in zijnen groei gestuit. De boschgronden om het dorp heen hadden in prachtige, uitgestrekte sawah's herschapen kunnen worden. Er is hieraan niets te doen. Het was voor de Pëniwenners en mij eene groote teleurstelling, toen w r ij dit besluit vernamen. De nieuwelingen, die zich bij Saul hebben aangesloten, kunnen daardoor nu geen gronden in eigendom krijgen. Dit is zeer jammer, want konden zij, die door Saul gewonnen zijn, zich te Pëniwen vestigen en daar gronden krijgen om in hun levensonderhoud te voorzien, de gemeente zou dan ieder jaar in grootte en bloei toenemen."

Dat zelfde is ook met Wana-rëdja, een andere buitengemeente, het geval. Zij kan zich door verdere ontginning niet meer uitbreiden. Bovendien werd die gemeente in '97 zeer bezocht.

//Tegen het laatst van '96 werd de stuwdam, die door een bandjir was vernield, hersteld. Men hoopte, dat men zich nu zou kunnen verblijden in een goeden oogst; helaas, het heeft zoo niet mogen zijn. Veel werd vernield door walang-sangit's. Ik zag er groote uitgestrektheden met looze aren. Na deze plaag werd de te velde staande rijst vernield door muizen. Zooals ik hierboven schreef, waren er enkele gemeenteleden, die hunne sawah's door een doekoen lieten betooveren, in de hoop, dat de walang-sangit-plaag zou ophouden. Onder hen behoorde ook het desahoofd. Zij die zulks gedaan hadden, wees ik op hunne verkeerde handelwijze, omdat men in plaats van Gods hulp af te smeeken, geloof had gehecht aan de bedriegerijen van een doekoen. Omdat men zich schaamde, daar ik wist wat er gebeurd was, wilde men zich wreken op den voorganger en zeide, dat hij voor verklikker had gespeeld om bij mij in een goed blaadje te komen. Ten onrechte beschuldigde men hem aldus.

Sluiten