Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1SS1 ontstond Pëniwen door uitzwerming van Swaroeërs. Zoo ook in 1884 Wana-rèdja. Het getal Christenen nam hierdoor zeer toe, zoodat in deze drie gemeenten nu reeds ruim 1500 Christenen zijn. Dit jaar ontstonden weder twee nieuwe Christen-nederzettingen die - indien alles naar wensch gaat - de vroegere zullen overtreffen, waardoor deze werkkring eene zeer bloeiende missie belooft te worden. Hoopvol zien wij dan ook de toekomst tegemoet. Mogen er uit deze ontginningen bloeiende gemeenten ontstaan! Het plan tot ontginnen ging van de menschen zelf uit, doch heel wat bezwaren en moeielijkhedeu had ik te overwinnen, voordat het werk naar wensch ging. Vaak vreesde ik, dat alles op niets zou uitloopen, doch daar de lioofdontginners standvastig waren, is nu alle leed geleden en hebben deze nederzettingen getoond levensvatbaarheid te hebben."

De reden, waarom onze Br. zich zoo bijzonder over deze nederzettingen verblijdt, is vooral ook hierin gelegen, dat zij een geestelijk middenpunt vormen, waarin jeugdige bekeerlingen bevestigd kunnen worden en bewaard voor afval en teruggang. Wij denken aan wat hij dienaangaande in zijn verslag zegt.

«In mijn vorige jaarverslag meldde ik, dat Kjai Zacharias, oudvoorganger van Wana-rèdja, in de desa Bali Werti, gelegen tusschen Swaroe en Wana-rëdja, aan 5 gezinnen onderwijs gaf. Aanvankelijk was zijn arbeid gezegend. Ik verheugde mij reeds in het vooruitzicht, dat daar eene kleine gemeente zou mogen ontstaan, doch door tegenwerking van familieleden verflauwde men en trok men zich terug. Hadden wij deze lieden maar aan dezen invloed kunnen onttrekken ! Kjai Zacharias evangeliseerde ook op een paar koffieperceelen in den omtrek. Ook hier vond hij gehoor, doch een santrie (priesterleerling) wist al heel spoedig de lieden ontrouw te maken, zoodat alle pogingen van den Kjai te vergeefs waren. De bezwaren, waarmede men - als men Christen wil worden - te strijden heeft, zijn vele, de menschen ontmoeten zoovele verzoekingen. Meestal moet men grooten moed hebben om te midden van eene geheel Mohammedaansche omgeving tot het Christendom over te gaan. Daarom verheugt het mij zoozeer, dat de ontginningen zijn ontstaan, opdat zij, die het ernstig meenen, zich daar kunnen vestigen en zich zoodoende onttrekken aan de vijandschap en de invloeden van hen, die van het Christendom niets willen weten.

Door het verstrekken van geneesmiddelen, door den omgang met onze Christenen hooren en zien de Mohammedanen veel, leeren zij het Christendom kennen, doch de begeerte om den Heiland te volgen gevoelt men niet, uit groote onverschilligheid en gehechtheid aan

Sluiten