Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der waarheid! Ik toonde aan, hoe alléén een werkdadig geloof iets beteekent. Een jong boompje heeft in den droogen tijd water noodig, om te kunnen blijven leven en vrucht te dragen. Dat water moet gezocht worden en bij het boompje gebracht. Nu dat begrepen zij. Wij eindigden met gezang en gebed, God dankende voor hetgeen Hij ons geschonken had, Hem smeekende om meer licht, meer vruchtdragend geloof.

Natuurlijk bleven we nog wat na. Wij deelden aan de gemeente mede, dat hun voorganger ons naar Kediri zou vergezellen, om daar, gedurende eenigen tijd, zijne Bijbelkennis wat op te frisschen en te vermeerderen. En toen, - ja het was aandoenlijk, om het te hooren, en het bewees, dat ze het toch wel goed meenden, - toen vroegen zij ons: "Maar hoe moeten wij het dan stellen, als schapen zonder herder?" (Een herder, helaas tot het weiden der kudde nog niet in staat.) Wij hadden op deze vraag niet gerekend. Gelukkig was er een gemeentelid, dat geacht werd, tijdens de afwezigheid des voorgangers, wel koempoelan te kunnen houden, - en daartoe werd aangesteld.

En nu begeven wij ons naar Ngoeloep. Het was 4 uur des nachts, toen wij met prachtigen maneschijn van Madioen vertrokken. Het ging Zuidwaarts, langs een breeden, maar stoffigen weg, over zijn geheele lengte aan weerszijden met hoog opgaande tamarinden beplant. De zon kwam in volle majesteit achter het Willisgebergte op, en stortte een stroom van licht uit over het werkelijk schoone landschap. Zoo bereikten wij, na een afstand van 18 palen te hebben afgelegd, Panaraga. Toen ging het Oostwaarts 4 paal tot Poeloeng, en daarna te paard nog ± 3 paal tot Ngoeloep.

Het trof ons, zooveel steenen huizen van Javanen, als wij in het Panaragasche voorbijreden, sommigen met hooge steenen muren omgeven, van poorten met pannen daken voorzien. De assistent-wedana van Poeloeng, die ons vriendelijk ontving, zeide ons, dat dit de trotsch was van de Javanen in die streek; maar dat het met de meubileering dier huizen meestal treurig gesteld was.

Bedoeld onder-districtshoofd was van onze komst, door Sembri, de voorganger van Ngoeloep, onderricht. Hij leende mij zijn paard, ja hij had zelfs de vriendelijkheid, ons in persoon naar Ngoeloep te begeleiden. Hij het afscheid nemen vroeg hij ons, zoo goed te willen zijn, onze namen nauwkeurig op te geven, //want, 1 zoo merkte hij op, //u begrijpt, dat ik mijn chef van uw komst rapport moet doen."

De rijweg naar Ngoeloep is, althans in den droogen tijd, zeer goed te berijden. Naarmate wij de desa naderden, trokken

12*

Sluiten