Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet saai. Behalve de stille spelletjes als dakon (een uittelleu van pitjes in vakjes) en andere, hebben zij wel een zestigtal, wat wij zonden noemen ronde spelletjes, vol afwisseling en kleur. En dan haar: //kruip door, sluip door"', en iets als ons: //de boom wordt hoe langer hoe dikker". Als zij daarmee beginnen, nu dan komen ook de meisjes los! Waarlijk er is in die spelen verscheidenheid te over en het zou de moeite loonen, ze te beschrijven, want, zij het ook met (al van wijzigingen, zij komen over geheel Jam zoo voor.

Dit tweede half uur is om, eer wij er aan denken. Nu gaan de kinderen weer zitten en er volgt een spreekoefening, vertellen van een prent, Bijbelsche geschiedenis, sommetjes maken uit het hoofd of iets anders, alles geregeld volgens rooster. Het is dus afwisselend een half uur leeren en een half uur spelen. Verwondert het u nog, dat de kinderen zoo gaarne op school komen ?

V\ elk een onderscheid tusscheu deze kinderen, die alle vrees hebben afgelegd, en het slecht onderhouden vreesachtige kind van den Javaanschen dorpsbewoner, dat de school nooit bezoekt. Armwezen! Feitelijk aan zichzelf overgelaten, heeft het een eentonige, vreugdelooze jeugd en het oefent zich dan speciaal in het uitvoeren van kattekwaad.

Hoe veranderen die kinderen als ze op school komen. Zij leeren nu eerst recht het leven genieten. Zij leeren er spelen; hoofd en handen en voeten gebruiken; zij worden gewend aan orde en tucht; gevormd van klein af tot nuttige, godvreezende menschen, die den Heer liefhebben en Hem wenschen te dienen in oprechtheid des harten.

Welk een zonnige jeugd hebben deze kinderen, niet waar ? En de vruchten van de fröbelschool, zij worden reeds geplukt, want wij hebben al het derde geslacht na Jellesma. In de toekomst zullen wij nog meerdere, nog heerlijker vruchten zien! Mogen wij daarom ook dezen arbeid in uwe liefde en voorbede aanbevelen? Het is een werk rechtstreeks in het belang van het Koninkrijk Gods.

4. Iets uit een paar brieven van Br. LETTEBOER, op Savoe.

Toen Br. Letteboer in Mei zijne echtgenoote van Savoe zag gaan naar Mödjo-Warnö om daar haar bevalling af te wachten, had hij het vaste voornemen op Savoe te blijven; „maar", schrijft hij, „of het was van overspanning (de laatste maanden waren zeer drukke maanden), of ten gevolge van malaria-aanvallen, of door het sterk verlangen naar mijne vrouw, of door de langdurige eenzaamheid, ik weet niet, waardoor ik mij einde Augustus lichamelijk en geestelijk afgemat gevoelde. Het heeft, mij veel strijd gekost. Lk kou en mocht Savoe niet verlaten, en toch het moest" - Den 7°'"' September kwam hij te Mödjo-Warnö en mocht hij daar zijne vrouw terugzien, „met een lief dochtertje" (den 8" e " Augustus geboren, gelijk wij de vorige maand meedeelden). „Hoe geheel anders zal straks het leven op het kale Savoe zijn. Moge God de teere plant bewaren! want Savoe is allerminst geschikt voor Europeesche kinderen." - De kleine zou 23 October door Br. .T. Kruijt gedoopt worden ; 3 November

Sluiten