Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meente te Banda te verspreiden. Ik heb in liet laatste halfjaar van 1831 dertien personen tot leden der Christelijke gemeente aangenomen; anderen op de katechizatie vond ik daartoe door onkunde en levensgedrag nog ongeschikt. Onder deze dertien nieuwe lidmaten zijn er drie, die te voren Heidenen waren.

„ Met de Hollandsche scholen op Banda en naburige eilanden, welke ik voorleden maand weder bezocht heb, is liet bijna even zoo gesteld als in het vorige jaar. Het aantal leerlingen is wel verminderd , maar niet vermeerderd, hetwelk is toe te schrijven aan de slordige, onverschillige en zorgelooze opvoeding van onwaardige ouders en opzieners der kinderen. Voor de Maleitsche jeugd heeft broeder lenting mij ook voorzien van doelmatige leerboekjes, welke ten deele aan de behoeftige jeugd reeds zijn uitgedeeld.

„Van den Eerw. Heer j. kam te Amboina heb ik in het afgeloopen jaar ook eenige Maleitsche schoolboekjes om niet ontvangen. Aan het Bijbelgenootschap te Batavia denk ik, uit de ontvangene penningen van leden en begunstigers dezes genootschaps te Banda , ruim ƒ 150 over te maken.

„ Ik verzoek u in uwe openbare en bijzondere gebeden te blijven gedenken aan mij, die naar ligchaarn en geest des Heeren ondersteuning zoo zeer behoeve."

Sluiten