Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd hebben wij aan de toebereiding van den grond gearbeid; maar nu hebben wij ook alle uitzigt op eenen goeden oogst van onsterfelijke zielen. Gisteren werden zeven paar Slaven tot het huwelijk ingezegend ; zij zijn allen Doopkandidaten. Op het aanstaande Kersfeest zal een groot aantal worden gedoopt. Ik verzoek u dringend mij ten spoedigste eenen medehelper te zenden , die mij kan bijstaan in de inzameling van dezen heerlijken oogst. Zegt gij niet, het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst? Ziet! de landen zijn reeds wit om te oogsten. Kunt gij niet een' ijverigen jongen man vinden , die onverwijld, al is het imar voor eenen bepaalden tijd, kan overkomen? Mijn hart is aangedaan over dit volk, ik kan des nachts niet slapen door de gedachte aan hunne geestelijke nooddruft.

„ Ik heb aan westleij en davis om duizend spelboeken geschreven; dagelijks vragen de Slaven ons daarom aan en wij hebben er niet een. Ik hoop die met de eerste scheepsgelegenheid te zullen ontvangen; want nu is het in Berbice tijd beide om te zaaijen en te maaijen. O! dat ik op nieuw jong ware! Mejufvrouw W. stort tranen van blijdschap over de verbazende verandering, die er heeft plaats gegrepen. Op den laatstverloopen rustdag was zij zeer aangedaan. Eene jonge Slavin leidde hare oude blinde moeder van zekere plantaadje herwaarts, om aan Mejufvrouw W. te verzoeken, haar eenig onderwijs te geven, eer zij stierf. Een arme Afrikaner zeide dezen morgen tot mij: „ Massa! indien het mij armen Zondaar zoo veel blijdschap

Sluiten