Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren lemué en rolland deden, om zich in liet binnenste van Afrika te vestigen, de Heer i>ellesier , een nieuw afgevaardigd Zendeling, te NieuwLattakkoo aangekomen. Ligtelijk zal men zich de blijdschap onzer beproefde broeders kunnen voorstellen, toen zij in een geheel vreemd land hunnen voormaligen mede-kweekeling en toekom stigen deelgenoot hunner werkzaamheden, in zulke omstandigheden , mogten ontmoeten. Zij ontvingen hem, (om ons van hunne eigene woorden te bedienen) niet alleen als eenen vriend, maar als een lid van liet Hemelsche huisgezin, ja als eenen engel Gods, hun toegezonden om hen te bemoedigen en hunnen ijnjer op te wakkeren. In zulk eene gemoedsstemming begaven zich nu de drie broeders met wagen, ossen en vee wederom op reis, om als andere aartsvaders , in vertrouwen op God, bezit te gaan nemen van het land der belofte. Door geene belemmeringen gestoord kwamen zij behouden en in goeden welstand te Mosika aan, de hoofdplaats der Baharutzen. Mokatla , het Opperhoofd, hen sedert geruimen tijd reeds gewacht hebbende, verheugde zich niet weinig hen eindelijk te zien, en beval aanstonds aan zijne onderdanen, voor de broederen eene kraal in gereedheid te brengen, tot berging van hun vee. Zonder tijd te verliezen maakte de Zendeling rolland het plan, hoe zij de streek lands, die hem bij zijn eerste bezoek was toegewezen , tot het vestigen van den Zendelingspost zouden inrigten. De straten werden afgeperkt, het middelpunt voor de plaats der kerk bestemd, terwijl het

Sluiten