Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugreis, eer ik te Balfour kwam, viel mijn wagen om, doch gelukkig werd niemand gekwetst. Ik kwam ten tweedcnmale te Grahamstad aan. Op nieuw deed ik poging om eenigen onderstand, doch wederom vruchteloos. Te Enon (een zendelingspost der Moravische broederen) ontving ik van de Zendelingsbroederen eene gift van vijfentwintig rijksdaalders , terwijl zij mij beloofden ook hun volk te zullen opwekken tot het doen eener bijdrage voor mijne kapel. Ik reed naar Theopolis en ook hier gaven de broederen eenige ondersteuning. Hunne kinderschool gaat gezegend voort onder het bestuur van Mevrouw barker . Naauwelijks was ik een half uur van dien post verwijderd, of wij kwamen op eenen weeken en hellenden weg, waar mijn wagen ten tweeden maal omsloeg; doch gelukkig bevond zich niemand in denzelven. Wij zeiven konden hem echter niet weder oprigten, en waren derhalve verpligt ruim vier uren te vertoeven, eer wij hulp van Theopolis kregen. Drie dagen later kwamen wij in het Distrikt, Elefantshoek genaamd. Hier zagen wij ons in een geheel nieuwen kring verplaatst, daar dit gedeelte van Albanij bewoond wordt door vrome Pachters (eene zeldzaamheid in Afrika), die op eigene kosten eene fraaije en sterke kapel hebben gebouwd, waarin ik voor eene talrijke vergadering predikte. Daar houden die goede menschen eiken Woensdagavond eenen Bidstond, waarin men bij beurten voorgaat. Ik had het genoegen een' derzelve bij te wonen. Na de bijeenkomst bragt mij ieder der aanwezigen een geschenk van

Sluiten