Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na twee dagen, op den 26' Ul ' April 1832, zijnen geest in de handen van zijnen God en Heiland overgaf. Ofschoon door diepe droefheid neergedrukt, werden echter de beide overgeblevene broeders door des Heeren krachtige hand naar ligcliaam en ziel wederom opgerigt, en in hunne brieven gaven zij hunne stille hoop te kennen, dat de langgewenschte tijd ware aangebroken, waarin ook aan de arme Negers van het westelijke Afrika het woord der verzoening zou verkondigd worden. Na volkomene herstelling, echter, zoo het schijnt, nog te vroeg, daar een vol jaar van werkeloosheid wordt vereischt, om zich aan die luchtstreek te gewennen, begaven beide zich op weg naar het Jquapimgebergte, om zich daar eene geschikte plaats ter hunner vestiging uit te kiezen. Maar reeds de vermoeijenis van den togt, zoo kort na de herstelling, deed de koorts met nieuwe hevigheid wederkeeren, waarmede een aanval van braakloop schijnt gepaard te zijn geweest, die op den i8 de ° Julij aan het dierbare leven van onzen broeder jüger een einde maakte. Dc gezondheid van broeder rüs , die nu in het strijdperk alleen was overgebleven, keerde zeer langzaam terug, maar deze schijnt zich echter met Gods hulp aan het klimaat zoo gewend te hebben, dat hij, volgens zijnen laatsten brief, kleine reizen naar het binnenland zonder nadeel kan ondernemen.

„ Niet zonder diepe smart moeten wij belijden, dat wij deze geheel donkere beschikking onzes Gods over de West-Afrikaanschc zending, niet weten te

Sluiten