Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,, Hoe groot zijn verlies voor deze gemeente en onderhoorige plaatsen is, laat zich gemakkelijk denken. Zijn Eerw., den 3 d " Maart 1815 hier aangekomen zijnde, heeft sedert dien tijd steeds met onvermoeiden lust en ijver gewerkt voor het eeuwige heil van eene bevolking, die bij zijne komst over het algemeen in de diepste onkunde en vooroordeelen verzonken was. In welke hooge achting hij bij dezelve stond en hoe lief men hem had, bleek dan ook nu treffend uit de menigte, welke het stoffelijke overschot, dat in de kerk , die zijn Eerw. toebehoorde en aan deszelfs woonhuis paalde, was nedergelegd, wenschte te zien, uit de aandoening, welke daarbij op aller gelaat was uitgedrukt, maar vooral uit de honderden, zoo aanzienlijken als geringen , die de begrafenis van liet lijk bijwoonden. Deze had plaats op den i9 de ° Jullj rt met alle aan den rang des overledenen en de onbepaalde achting, welke hij genoot, geëvenredigde plegtigheid. Bij deze gelegenheid hield de fleer gericke eene korte en doelmatige toespraak bij het graf, waarin hij het werk van den waardigen overledenen vermeldde, en de broosheid onzes levens ons herinnerde, ons ernstig aansporende, om, overeenkomstig onze dure verpligtingen , door getrouwe bewaring tn nakoming van het onwaardeerbare onderwijs, dat wij van onzen leeraar zoo lang genieten mogten, zijne nagedachtenis in zegening te houden, terwijl hij met een hartelijk gebed Gods zegen afsmeekte over al het werk, dat de overledene onder ons verrigtte, en bad om bewaring van de goede indrukken, welke zijn leven en sterven op ons gemaakt hadden."

Te ROTTERDAM, bij M. WIJT & ZONEN, Drukkers van het Nederlandsche Zeudeliuggenootsehap.

Sluiten