Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergadering des volks,'oai over deze zaak te raadplegen, zaamgeroepen, en in dezelve werd besloten , dat allen den volgenden morgen met ons naar waterboer zouden reizen; die terugbleef zoude alle zijne goederen verbeuren. Bij het schemeren van het morgenlicht brak het leger op. Onze wagen reed vooruit, als het veldteeken, hetwelk allen volgden, en mokatla sloot den trein en zorgde, dat niemand achterbleef. Het was een aandoenlijk gezigt, toen wij eens stilstonden en de gansche menigte ons lieten voorbijtrekken. De vrouwen droegen de zwaarste lasten op het hoofd, potten, keukengereedschap, huisraad, en bovendien de meesten nog een of zelfs twee kinderen, die zij zich op den rug gebonden hadden. De mannen, evenzoo beladen, droegen daarenboven schild en speer, en dikwijls, uit medelijden met hunne vrouwen , ook nog een kind. Naar onze berekening waren er tusschen de zeven en achthonderd menschen, het overschot van die duizenden , aan welke wij nog voor korten tijd in Mo'ika het Evangelie predikten. Voorttrekkende aan het hoofd van riit leger, in eene dorre woestenij, konden wij ons eenigermate voorstellen, welk een drukkende last van zorgen op eenen mozes moet hebben gerust, toen hij met isiiaül door de woestijn henentoog. Aan ons was de verzorging, aan ons het geleide dezer schare geheel aanbetrouwd, en zoo dikwijls wij ergens stil hielden , bestormden allen ons, om spijs van ons te vragen.

„ Toen wij cenigc dagen alzoo langs de h'ert-mncr

Sluiten