Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder gebruik ik als kosters in de kerk, en ik heb veel genoegen daarvan. Indien de Heer mij nog eenige jaren het leven spaart, zoo zijn bijna alle opperhoofden op dit eiland mijne scholieren geweest, die toch altoos ontzag voor mij betoonen.

„ ioFebr. 1833. Heden had ik de blijdschap om twaalf paren in het huwelijk in te zegenen, allen uit de negerij Wanvili , dus van de kaste der edellieden. Nu daarmede in deze negerij een begin is gemaakt, heb ik de beste hoop , dat anderen dit zullen navolgen. Hoeveel geduld moet men hier hebben tot alles op eenen Christelijken voet gesteld is! Wilde men alles op eenmaal doorzetten, zoo zoude men meer achter- dan voorwaarts gaan. In waarheid, ik kan hier niet anders dan met geduld zegepralen."

Onze hooggeschatte broeder zond ons schriften van twee zijner scholieren, die zeer duidelijke blijken van hunne vorderingen opleveren

Sluiten