Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en is thans mede op Letty werkzaam; terwijl hij hoopt, door liet onderrigt van zijne vrouw, spoedig in staat te zijn, otn in het Maleitsch te prediken.

Op Moa arbeidde, tot de helft van het vorige jaar, onze broeder höfkea. Uit zijn Dagverhaal over 1831 bleek ons, dat zijne getrouwe en onvermoeide pogingen weinig baatten; dat ook hier door hevige partijschappen droevige tooneelen werden aangerigt, die hem mede in gevaar bragten; terwijl hij ook tweemalen door ernstige krankheid werd aangetast. De Heer had hem echter onder alles gesterkt, en bijzonder ook door de liefde der schoolkinderen en het goede, dat hij in hen zag ontkiemen, eene opbeurende vergoeding geschonken. Onder anderen hadden deze kinderen eens, vernemende dat men kwaad tegen hem in den zin had, zich in stilte vereenigd en des nachts de woning van hunnen beminden leeraar bewaakt. Zijn Dagverhaal over 183a luidt gunstiger. Hij predikte het geheele jaar, bijna eiken Zondag, ongestoord , bij eene vrij goede opkomst. Ook de scholen gingen geregeld voort; hij zocht eene nieuwe op te rigten; de leerlingen maakten vorderingen en bleven zeer aanhem gehecht. Zijne huisgodsdienst werd trouw bezocht. Sedert Julij hield hij den maandelijkschen Bedestond, en rigtte in December eene Zondagsschool op, die ook bejaarden trekt. Hij ging dikwerf naar de negerijen, en had daarbij over het schijnbaar vruchtelooze zijner bemocijingen veel dioefenis ^ maar ook nu en dan gelukkiger'ervaring

Sluiten