Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der wentink ons geene gunstige gedachten. Op het daarbij gelegene Loz is het beter gesteld. Wij ontvingen van dezen broeder een' brief van 5 December 1832 met zijn dagverhaal, en voorts eenige brieven van 1833, waarin hij meldt, dat Loz allengs meer belooft; terwijl er voorts zijn en der zijnen welstand uit blijkt, als ook zijne Christelijke stemming en zijne volharding in de prediking van het Evangelie aan Mahomedanen en Heidenen.

Over het geheel hebben wij das reden, om over het geduld, den moed, de standvastige werkzaamheid , ja de geloovige volharding onzer broederen in deze streken, ons te verblijden. Moge de Heer den tegenstand, waarmede zij te kampen hebben, doen verminderen; daartoe ook de pogingen van het Gouvernement, door gezegde bezoekreizen, doen dienen; het Evangelie eenen vrijeren loop geven; en onzen Zendelingen bestendig doen ondervinden , dat hun zijne genade genoeg is!

De andere broederen, met welke wij nog in betrekking staan, arbeiden in geheel andere oorden. Van onzen wix aan de Niekerie hebben wij, na het laatste verslag, geen berigt ontvangen. Des te meer vernamen wij van den man, zoo vol van geloof en zoo overvloedig in werkzaamheid, zoo vurig in zijne liefde voor de Chinezen, onzen thans a l°m bekenden, en ook door vreemden zoo zeer geroemden broeder gutzlaff. Zijne brieven van December 1832 en Maart 1833 zijn in de Maand-

Sluiten