Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lidmaten. Tot de laatste, die in 1830 opgerigt is te Alleghanij , behooren vierenvijftig Indianen als leden.

Over liet geheel zijn de lidmaten vrij wel bekend met de leer en pligten van het Christendom en gedragen zich voorbeeldig. De maandelijksche Bidstonden voor de uitbreiding van het Evangelie, worden op alle posten geregeld gehouden en sommige Indianen hebben tot dat doel iets van het hunne bijgedragen.

Overal zijn ook, sedert het jaar 1805, scholen opgerigt geworden , welke alle meer of minder leerlingen bevatten, die bij hunne ouders inwonen. De zendelingsschool te Seneca , is na een twaalfjarig bestaan moeten gesloten worden. Daarin hadden tot op dien tijd twee honderd vierenveertig kinderen , waarvan twee honderd zevenendertig Indiaansche, onderwijs genoten. Men heeft in plaats van die school twee andere begonnen, onder onderwijzers uit de inboorlingen of door het genootschap bezorgd, en men denkt er nog meerdere op te rigten, hetwelk ook door den voortgang der beschaving onder deze Indianen geboden wordt.

De zendelingsschool te Cattaraugus wordt door de Indianen vrij wel onderhouden, die ook het schoolgebouw en de benoodigdheden geleverd hebben. Omtrent twee honderd kinderen, waaronder slechts vijftien blanken, ontvingen daar het noodige onderwijs; thans bestaat zij uit vijfendertig tot veertig leerlingen.

Sluiten