Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1848, N °.2.

MAANDBERIGT^

van HET

NEDERLANDSCHE ZENDELINGGENOOTSCHAP,

betrekkelijk de uitbreiding van liet Christendom, bijzonder onder de

HEIDENEN.

HET VASTE LAND VAN INDIË.

ZENDING VAN HET BAZELSCHE GENOOTSCHAP.

Het is met groot genoegen, dat wij in dit uur u mededeeling doen omtrent den arbeid der Bazelsclie Zendelingen op het vaste land van Indië; wij durven er u vooruit, onder den zegen van God, dien uw hart ootmoedig begeere, ware stichting van beloven. Wij herinneren u, dat de Bazelsclie Zendelingen aan de westkust van Engelsch Indië , zoowel in Kanara als in Malaiaar, werkzaam zijn, dat zij er in 1834 den arbeid aanvingen, en nu reeds gevestigd zijn op elf posten, waar zij meer dan acht honderd gedoopten tellen, en een vijftien honderd kinderen in hunne scholen hebben (1). Wij willen thans beginnen met u te doen hooren, hoe deze Zendelingen zeiven hun (1) Zie Maandberigt 1845, n°. 8.

Sluiten