Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuld, en grijpen nieuwen moed, en zeggen: ja waarlijk! de Heer is Koning! Hij heerscht in het midden Zijner vijanden. Zoo willen wij dan ook hier, te midden van veel, dat ons nederdrukt, echter menige zegepraal van onzen Heer niet voorbijzien. Ja, iedere tegenspraak, elk vijandig en grimmig woord legen den Heer, wat is het anders dan een getuigenis, dat Hij de waarachtige door den Vader gegevene Zaligmaker is. » Waarom predikt gij altijd van jezus christus ? Zeg, dat er één God is, en alle andere Goden leugen zijn, dan zijn wij liet zamen eens/' zoo klinkt het dikwijls uit den mond van den afgodischen Hindoo. En wat is de diepe grond van zulke taal? Niet anders dan de in het hart gevoelde heerschappij van den hun nog niet regt hekenden, maar toch gepredikten

christus.

» Bij mijne openlijke prediking ontbreekt het mij nooit aan toehoorders, maar ook niet aan tegensprekers. Deze verzetten zich niet tegen de prediking van den éénen waren God; die is hun, naar Rom. I, door hun geweten en uit de schepping bekend; maar zij kunnen christus niet verdragen. Niet alleen de Priesters, maar zelfs de onwetendste schooljongens durven hunne vijandschap legen christus openbaren. Zelfs menschen, die van den naam des Heeren nog niets meer weten, dan dat hij overal wedersproken wordt, doen bij het hooren van dien naam de grootste ergernis blijken. Maar ook hierbij openbaart het zich, dat christus heerscht; want al is Zijn naam bij zoo velen gehaat en ge-

Sluiten