Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude simon adcka zeide: »Wat kan ik nu nog meer verlangen? Nu wil ik gaarne sterven, al zou liet lieden nog zijn; want mijn liart is vrolijk in den Heer!" Zij vonden eene kleine kerk, welke de Negers reeds in 1837 gebouwd liadden, in de hoop van spoedig weder een' leeraar in hun midden te hebben, en het getal der gedoopten, die zich in het nieuw aangelegde dorp verzameld hadden, beliep vijf en twintig.

De Zendeling verpligtte weldra allen, die zich aan de kleine gemeente wilden aansluiten, om niet langer onder de Heidenen te blijven wonen, maar zich in het kerkdorp te vestigen, alsook om zich te onttrekken aan de heidensche feesten. Allen bedankten hem, en verzekerden , dat zij zeer goed begrepen, hoe noodzakelijk zulke wetten waren, wanneer er iets goeds van hen zou worden. Zij waren nog zeer zwak, zeiden zij, en verzochten hem, dat hij streng op hen zou toezien. Het was daarbij aanmoedigend gedurig te ontdekken , dat de Geest van God in menig hart ingang vond. Onder de proeven, die reeds in het eerste jaar door broeder schmidt daarvan vermeld werden, trof ons vooral deze. De Zendeling had in zijne kamer een kruisbeeld staan, en op een' tijd, dat hij en zijne vrouw in een nevenvertrek waren, treedt een kind, dat aan melaatschlieid lijdt, naar binnen, knielt, daar het zich alleen bevindt, voor het kruis des Heilands neder, en bidt aldus: «Mijn lieve Heiland! Zoo als Gij hier aan het kruis hangt, hebt Gij voor mij ge-

Sluiten