Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, had de beleedigde man, als hij zich een' Christen betoonen wilde, om des geloofs wille veel te verdragen en te vergeven. Hij zocht zich werkelijk niet te wreken. Na eenige dagen kwam hij tot den Zendeling, en zeide: » ik bid dagelijks den Heiland, dat Hij mij kracht sclienke om mijne drift te betoomen, opdat ik mij aan den verleider mijner vrouw niet wreke." En de Heer verhoorde zijn gebed. Zijn grijze vader betuigde daarover zijne vreugd op eene treffende wijs. »Dat mijn zoon," zeide hij, » zich in deze omstandigheden zoo gedraagt, is mij een wonder, en ik weet niet, hoe ik den Heiland daarvoor genoeg zal danken; want zoo iets heb ik nog nooit beleefd." Evenzoo zeide job : » wat wij nu van mattheüs gezien hebben is voor ons en ook voor alle Heidenen een wezenlijk wonder." — In 1843 had eene Heidin een voorbeeldig ziek- en sterfbed. Daags vóór haar verscheiden kwamen velen van hare landslieden rondom haar bed bijeen, en zij zeide tot hen: » wilt gij den Heiland toebehooren, dan moet gij u geheel aan Hem overgeven, en u door Hem laten leiden. Gij moet niet slechts ja! ja! zeggen, en toch doen, wat gij wilt. Ik verzeker u, dat gaat zoo niet; want wij komen niet in den hemel door onzen wil; des Heilands wil alleen moet daartoe onze wil zijn. Is dat eenmaal zoo, dan gaat alles goed. Steunt er niet op, dat de Heiland het niet zoo naauw met ons neemt. Hij neemt het wel naauw met ons, omdat Hij ons zoo liefheeft, en ons niet wil laten

Sluiten