Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelioor gaf, bepaalden zij een' dag, waarop zij al de kerkgangers zouden aanvallen. Door eene groote offerande bereidden zij zicli voor dien strijd, en de uitslag er van liet zicb berekenen , daar de Heidenen ten minste vijf maal sterker in getal waren dan de Christenen, en liet daarenboven bij hen de gewoonte is, dat de vrouwen, met stokken gewapend, mede deel nemen aan den strijd. De gevreesde dag brak aan. De Zendeling en zijne vrouw bogen hunne knieën voor God, dat Hij mogt tusschenbeide treden, opdat de Heidenen erkennen mogten, dat Hij alleen de ware God is. De Heidenen stonden reeds tot den aanval geschaard, en wachtten de Bambeyirs af. Ziet, daar openbaarde zich de Heer als den God, die het gebed Zijner kinderen verhoort, den raad der Heidenen te schande maakt, en altoos, wanneer het water aan de lippen is, nabij is met Zijne hulp. Ter plaatse waar de Bamheyers zich in slagorde zouden scharen, verschenen onverwachts uit het nabijgelegen bosch twee slangen. De eene Avas groen en ontzettend groot, de andere bont en klein. Juist op de grensscheiding van Bambey en Gingeh , (het naastbijgelegen heidensch dorp) vielen zij elkander met vreeselijke woede aan, en streden tot de kleinere de overwinning behaalde, en de groote voor aller oog verslond. Toen de Heidënen dit zagen, verschrikten zij, en hunne oudsten verklaarden, dat het gevecht nu niet kon doorgaan, dewijl het ten hunnen nadeel zou uitvallen; want dat was een teeken van den

Sluiten