Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meld, die zij in vrouwelijk handwerk onderrigt , en met den Heiland bekend maakt."

Wij houden op over zoo geringe vrucht van reeds veeljarigen arbeid ons te verwonderen, wanneer de Zendelingen den diep gezonken slaat der Negers ons voor de oogen afmalen. Hooren wij wat de Zendeling schiedt in 1846 uit Ussu, of Deensch Accra, de plaats, waar hij gevestigd is, schreef: » Het jaarlijksche oogstfeest der Negers is ten einde. Alles ging hier stil en rustig voorbij, en wij danken den Heer, als wij op Hollandsch Accra zien (1), waar alles verwoest werd. Op Zondag den 6 de ° September vochten daar de Engelsche en Hollandsche Negers vreeselijk te zamen. Eenigen der eersten staken de huizen der laatsten in brand, en weldra zag men het gelieele dorp in vlam, dat tot den avond toe ongestoord voortduurde ; want de eigenaars streden den ganschen dag met hunne vijanden, en lieten hunne huizen, met al wat er zich in bevond, aan de vlammen over. Hier in Deensch Accra was den ganschen dag niemand te zien; want wie wapenen had spoedde zich om zijne vrienden te helpen. Reeds ten tien ure des morgens zag men er nu een' terugkeeren, wien eenig lid des ligchaams verbrand was, dan een' doode1 ijk gewonden, dan weder het lijk eens gesneu(1)

Een half uur van Deensch Accra ligt een dorp van denzelfden naam, aan het Nederlandsche gezag onderworpen, en een weinig verder weder een dorp , waar het Engelscha gezag U gevestigd.

Sluiten