Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perthnl aan, die reeds door de eerste Zendelingen, door het Rijnsche genootschap in 1829 uitgezonden , gesticht werd. Zij kochten er in een door liooge bergen begrensd dal eenige duizend morgen gronds aan, om tot eene woonplaats voor de zwervende Hotientotten in te rigten. Zoo werd Wupperthal eene volkplanting, in welke zich van tijd tot tijd drie honderd en vijftig Heidenen om de woningen der Zendelingen verzameld en nedergezet hebben. Zij zijn van verschillende afkomst, Hottentotten, Bastaards, Negers , waaronder vrijgemaakte slaven. De laatstgenoemden schijnen de gescliiktsten en ijverigsten te zijn; de overigen zijn ook wel gezind, maar moeten tot den arbeid meer worden aangespoord. Niemand wordt opgenomen clan die zich aan de vastgestelde orde, naar welke deze volkplanting bestuurd wordt, wil onderwerpen. Wil hij zich daarnaar niet schikken, of overtreedt hij die, dan wordt hem het dal ontzegd. Het is echter nog maar zelden noodig geweest, dat men een der bewoners van de volkplanting heeft moeten wegzenden. En is dit nu en dan met enkelen geschied, dan komen zij doorgaans spoedig met dringend verzoek om wederopname terug. Zij gevoelen spoedig het groote onderscheid tusschen het leven in de volkplanting en hunnen zwervenden toestand; want moeten zij er zich tot geregelde werkzaamheid schikken, zij hebben er ook overvloed van allerlei levensbehoeften, en ondervinden dus, dat de lucht, waaronder zij staan, heilzaam voor hen

Sluiten