Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewijd. Bij diezelfde gelegenheid werd tevens de huwelijksvereeniging van aclit paren uit de nieuw gedoopten Christelijk ingezegend, waarna zij, door de viering van den maaltijd des N. V., het zegel drukten op hunne afgelegde geloofsbelijdenis. Deze Javaansche Christenen vergenoegden zich echter niet met voor zich zeiven den waren weg ten leven te hehben leeren kennen, maar trachtten ook hunne broeders en geburen tot de kennis van dien weg te leiden."

(Nu vermeldt broeder donselaar onderscheidene doopsbedieningen, welke dien ten gevolge plaats hadden op 25 September 1844, 16 April 1845, 12 November 1845 en 13 April 1846. Van de laatste was hij getuige, en daaromtrent berigt hij aldus) : »De plegtigheid had plaats aan den avond van Paaschzondag, in het Protestantsche kerkgebouw te Soerahuja , ten aanschouwen van eene vrij talrijke verzamelde schare. Nadat de bijeenkomst door den Weleerwaardigen Heer van rossem met een gebed in de Hollandsche taal geopend was, ving men aan met het onderzoek der Javanen, die den Christelijken Doop begeerden te ontvangen. Bij dat onderzoek stelde de Heer van rossem op den voorgrond, dat men daar, waar men met grond vooronderstellen kon, dat geen tijdelijk belang de drijfveer is geweest, die tot de omhelzing des Christendoms kan hebben bewogen, zich, naar het voorbeeld der Apostelen, kan tevreden houden met eene eenvoudige en hartelijke belijdenis van

Sluiten