Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer meldde hem, tijdens zijn tweede verblijf te Batavia, in een' brief van 13 September 1847, den doop van niet minder dan vier en negentig Javanen, die voornamelijk door drie Javaansclie meesters, jakobus , paulds en timotheüs , voor bet Christendom gewonnen waren, en door den Predikant sciieder, ten overstaan van den Predikant van HoëvELL , na afgelegde geloofsbelijdenis, in de gemeente werden opgenomen. De Heer gunscii achtte bet bouwen eener kerk, die vier tot vijf honderd menschen kon bevatten, en van een schoolhuis t e Sidokaree, voor de Javanen noodzakelijk, en wilde zelf de kosten daarvan dragen. Hij had een stuk gronds van den Resident van Soerabaja daartoe aangevraagd, en hoopte dat te zullen verkrijgen. Hij bad zich mede aan bet genootschap te Soerabaja aangesloten , en betoonde voor deze aangelegene zaak groolen ijver.

Inzonderheid leerden wij door broeder van rhijn met groot genoegen eene discipel in des Heeren kennen , die in de toebrenging der Javanen met getrouwheid werkzaam was, en nog bestendig voor deze blijft arbeiden. Het is de dochter van den waardigen emde . Wij boorden reeds, dat baar vader, zelf met de Javaanscbe taal onbekend, toen er Javanen tot hem kwamen, hulpe zccht en vond bij zijne huisvrouw en zijne dochter. De moeder was bij de aankomst van onzen Inspector reeds in den Heer ontslapen ; maar weldra leerde bij de diensten, welke de dochter aan de goede zaak be-

Sluiten