Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Dra na hel vernemen van liet geweervuur waren wel een aantal gewapende mannen , zoo van Babauic als omliggende kampongs naar Noenkoeroes gesneld, doch kwamen er te laat, om eenige hulp te bieden, daar na het opgaan der zon de vijand zich had teruggetrokken , en om hem te achtervolgen, daartoe gevoelden zij zich te zwak. Een ijzingwekkend schouwspel leverde de met bloed geverwdc grond van Noenkoeroes op. Zes en veertig onthalsde lijken, zoo van mannen als vrouwen, lagen op den grond verspreid. Volgens het oorlogsgebruik dezer volken hadden de woestaards de hoofden der verslagenen, als de bewijzen hunner bloedige zegepraal, met zich gevoerd, om die, na ze vooraf geroosterd en gedroogd te hebben, aan de hunnen als de teekenen van hunnen moed en van hunne dapperheid te vertoonen. Ook zelfs het lijk van den overleden Radja, dat reeds eenige weken boven aarde had gestaan, was niet ongeschonden gebleven. Na de kostbaarheden uit de kist geroofd te hebben had men het lijk het hoofd ontnomen en het lig— chaam vervolgens verbrijzeld. Bovendien werden ook nog eenige vrouwen en kinderen gevankelijk door hen weggevoerd. Onder de gevallene slagtofl'ers van de wraak der Timorezen bevond zich ook de gewezen meester van Oekabitie, een jongeling van omstreeks 1 8 jaren. De woning des meesters vond men nog onbeschadigd, doch de schoolboeken en N. T., die hij daarin bewaard had, lagen verscheurd en verstrooid op den grond verspreid. Echter is ook deze woning gelijk vele andere, digter bij Babauw gelegen, eenige dagen later mede

Sluiten