Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den vijand verbrand geworden , nadat men een voorraad van rijst en lurksche tarwe-j ter waarde van f GO, den meester toebehoörende, had weggeroofd."

Een algeineene schrik vermeesterde ten gevolge van deze onverwachte gebeurtenis de bevolking van Babauw, Oesauic en Oeleo. Broeder donselaar vertrok met zijne vrouw naar Koepang , en keerde een paar dagen later naar Oeleo tetug, waar hij al zijne goederen in een open huis zonder eenige slui - ting in handen van inlanders had moeten achterlaten. Daar, zoo als zich ligt vermoeden laat, thans alle arbeid aan de voor hem bestemde woning te Babauw gestaakt werd, „en hij buitendien in de oude bouwvallige hut te Oeleo gedurende den regentijd niet had kunnen blijven wonen, zoo schoot hem geen ander uitzigt over, dan gedurende den kwaden mousson te Koepang te blijven en daar gunstiger omstandigheden af te wachten. Na een gedeelte zijner goederen naar Koepang verzonden te hebben, begaf hij zich ook derwaarts en bezocht onder weg den meester te Oesappa. Deze man bood hem terstond zijue kleine woning aan, indien hij het met haar voor lief wilde nemen, terwijl hij zelf zich in zijn kookhuisje wel tijdelijk zou behelpen. Broeder donselaar beschouwde dit aanbod als eene aanwijzing der Voorzienigheid, en nam het gretig aan, daar hij dan toch weder overeenkomstig zijne roeping en verlangen werkzaam zijn kon, schoon dit dan ook met veel gemis en opoffering zou verbonden zijn. Hij liet dc noodige goederen derwaarts brengen

Sluiten