Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vele dagen lang ie hebben getuurd op eilanden eu kusten, wier bewoners nog liggen in scha du we des doods, weder een plek der aarde in het oog krijgt, waar de banier des kruises is opgerigt. Die vreugde was Br. jeli.es. ma en mij beschoren; want dagen lang hadden wij nu langs vele eilanden en stranden gevaren, welker inwoners, woest en w'ild en onbeschaafd, verstoken waren van het goddelijk licht des Evangeliums. Daarenboven wij naderden nu de laatste posten onzer Inspectiereis. Echter ik verheugde mij niet dan met vreezen en beven. Was het ons in Menado geweest als in een' liefelijken morgen bij opgaande zon; in Amhon als in een' somberen avond bij wegstervend daglicht; hier scheen het, dat ik in volslagen donkerheid mijn pad zou hebben te bewandelen. Ik bedoel: de verwikkelingen en zwarigheden onzer Timorsche Zending waren van dien aard, dat mijne zenders die onmogelijk hadden kunnen vooruitzien bij het opmaken van mijnen lastbrief, waarom ik mij onmogelijk daarnaar zou kunnen gedragen, en veel genade van boven zou behoeven, om hier de zaken, ware het dan ook in strijd met de letter, f.och naar den geest en de bedoelingen onzes Genootschaps te regelen. Bestuurders toch hadden verwacht en naauwelijks anders kunnen denken, dan dat ik hier als Zendelingen zou vinden de Broederen hartig te Koepang , luyke te B ah auto, donselaar op Rotty , terwijl Br. heymering dan reeds in het vaderland kon terug zijn. Nu bad ik onzen goeden, vromen luyke op Ambon ver-

Sluiten