Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheden, van verplaatsingen en rondzwervingen geweest. Het langst was hij geweest op Padatig (Sumatra's westkust) van 1834 namenlijk lot 1837, daarop na velerlei lotgeval, van 1839 tot 1843 op liet eiland Rotty. Een zware storm, die daar in April 1843 woedde, zijn huis en zijne kerk vernielde, en aanleiding gaf tot gebrek en hongersnood, had hem genoopt naar Koepang terug te keeren, waar hij , volgens later schrijven van Bestuurders, onzen Br. hevmering , die toen den wensch had uitgedrukt naar Holland te gaan, zou vervangen. Door zoo vele jaren lang zwervens, door herhaalde tegenspoeden en ziekten en uitgerekt wachten vond ik zijnen moed vrij wat uitgedoofd; en voorzeker, eene bijzondere genade behoort er toe, om onder zoo veel lijden en druk wakker en welgemoed te blijven. Zijn toestand werd veel bezwaard door de aanhoudende kwijning zijner vrouw, eene Rotterdamsclie, die hem was nagereisd en in 1834 met hem door het huwelijk verbonden. Sints lang was zij bedlegerig en uiterst zwak; de tijding, die ik haar als ooggetuige van haren ouden vader bragt, verkwikte haar en bragt een glimlach op het zachte gelaat, waarop langdurig lijden zijne voren diep liad ingedrukt. Voorzeker, zoo ergens, hier had ik gelegenheid de vele schaduwzijden van het Zendelingsleven in Oosl-Indïè regt te leeren kennen. Stelt u voor hun afgezonderd verblijf buiten beschaafde en Christelijke menschen, zoodat slechts Heidenen of naam-Christenen hun tot omgang

Sluiten