Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls te beurt valt. Hooren wij hen van zulk bezoek verslag geven.

Twee dagreizen van Tavoy ligt bet dorp Mata of Mata—Miu (vredestad). Er hebben zicb eenige honderden Karenen gevestigd, die aan hunne landgenooten het uitlokkend schouwspel aanbieden eener door Christelijke godzaligheid en liefde genoegelijke zamenwoning. Zij schijnen er als lichten in de wereld. Toen zij zich eene kerk zouden bouwen, wilden zij eerst uit Tavoy Birmansclie bouwlieden doen komen, die eene sclioone kerk zouden kunnen oprigten; maar weldra werd eenparig besloten, dat het Gode meer welgevallig zou zijn, wanneer Christenen Zijn huis bouwden, » en ik geloof niet/' schrijft de Zendeling, » dat ooit een gebouw onder meer gebed is opgerigt." De moeders in die gemeente hebben onder elkander eene vereeniging gevormd, en komen eiken Woensdag na de volle maan te zamen, om over de opvoeding van hare kinderen te spreken, en om hunne bekeering te bidden. Toen eens de woorden van den Heer: Ik hen krnnk geweest, eti gij hebt mij niet bezocht , in eene zamenkomst werden voorgelezen, zagen zij elkander aan vol schaamte, dal zij lot dusver, gelijk alle Heidenen, zoo ongevoelig waren geweest omtrent kranken en lijdenden, en er ontbrandde onder hen een vurige ijver voor dit werk der liefde. Nu, dit dorp zouden de Zendeling wade en zijne vrouw wederom bezoeken. Er waren na het laatste bezoek zes maanden verloopen, en het laat zich alzoo denken,

Sluiten