Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dankbaarheid voor deze dienst had D r . êchwaner dit opperhoofd mede naar Batavia genomen, om hem aan Zijne Exc. den Gouverneur-Generaal voor te stellen. Hij had dit, en ook dit alleen, lot be— looning voor zijne dienst gevraagd. En waarom wilde hij den Grooten Heer, gelijk de Inlanders den Gouverneur-Generaal noemen , spreken ? Om hem te verzoeken, dat hij toch meer Zendelingen naar Borneo zenden zou, ten einde de bevolking tot Christus te brengen. Dit bevestigt volkomen de goede getuigenis, die becker van hem geeft, dat hij zich met zijn gansche hart aan de zaak des Heeren heeft overgegeven, en die naar vermogen tracht te bevorderen. Broeder becker weet ons eindelijk nog te melden, dat nicodemus ook te Soerabaja is geweest, en een zeer goeden indruk van zijn bezoek bij den ouden vader emde heeft medegenomen.

Behalve aan het gewone Zendelingswerk wijdt deze broeder zich nog aan een anderen arbeid, die voor het wel slagen der zending onder de Dajakkers niet minder gewigtig is. Vroeger heeft hij ten deele in gemeenschap met den Zendeling iurdeland , die later naar Zuid-Afrika is vertrokken , een Dajaksch-Hollandsch woordenboek zamengesteld, dat voor rekening van het Bataviaasch Genootschap van kunsten en wetenschappen zal gedrukt worden, en eene Bijbelsche geschiedenis, die door het Bataviaasch Bijbelgenootschap gedrukt is en in de scholen op Poelopetak gebruikt wordt. Ook eene vertaling van het N. T. door beide genoemde Zendelingen is reeds gedrukt, terwijl beceer nu bezig is met de overzetting van het Oude.

Sluiten