Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermindert hun ijver na den Doop. In weerwil van onze gedurige teregtwijzing, beschouwen zij dien dikwijls als het doel, waarnaar zij te jagen hebben, in plaats van er het middel in te zien om dat doel te bereiken. Hebben zij zich dan eenigen tijd van openlijke verkeerdheid onthouden, zoo wanen zij nu volmaakt te zijn, en komen weldra tot nieuwen val. Zij behandelen elkander met weinig achting. Zij zijn vóór hunne bekeering zoo gewoon geworden aan de leugen, dat zij dikwijls, zonder er aan te denken, er zich weder aan schuldig maken. In het gemeen zuchten wij onder het verschrikkelijke bederf der zeden, vooral onder de echtbreuk; dat is ons grootste kruis."

De Zendeling, wien wij over de bezwaren van zijn' werkkring hoorden klagen, verdient ook op dat onderwerp gehoord te worden: »De leden onzer gemeente," schrijft hij, » die nu negentien in getal zijn, doen bestendig hunner Christelijke belijdenis eer aan, ofschoon zij nog heel wat vordering te maken hebben. Als men opmerkt, hoe zeer zich de oude mensch nog gedurig vertoont oo"k bij de levende leden onzer gemeenten in Europa , die zoo groote ontwikkeling boven onze arme Afrikanen vooruit hebben, en wel bedenkt uit welk een' afgrond van zedenbederf deze laatsten gered zijn, dan kan men zich over de soms weinig edele gevoelens, en den tragen gang onzer bekeerlingen niet verwonderen. Voorzeker de alleen wijze en regtvaardige regter zal den weinig ontwikkelden Heiden

Sluiten