Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Canara arbeiden Zendelingen te Mangalore, te Mulki en te Honore ; in de Mahratta- landen te D har war } te Hoobly , te Bettigherry en te Malasamudra; op het Nilgherries-gebergle te Katery en Kotarjiri; in Malayalim te Cananore, te Tellitscherry en te Calicut.

Over het algemeen zijn de berigten van hetgeen de daar arbeidende Zendelingen gedurende het jaar 1847 hebben verrigt en ondervonden niet ongunstig; ja, wanneer wij al de moeijelijklieden, tegen welke zij te strijden hebben, in aanmerking nemen, zouden wij ze inderdaad verblijdend mogen noemen. Reeds is het veel, dat de banier des kruises daar niet alleen geplant is, maar al verder en verder geplant wordt; en ontveinzen sommige Zendelingen het zich geenszins, dat niet elke strook gronds, die gewonnen scheen, ook behouden is gebleven , zij mogen toch hier en daar zich in nieuwe overwinningen verblijden. Zoo verhaalt onder anderen broeder büiirer te Mangalore, dat hij een huisgezin, uit vijf personen bestaande, te Utschilla mogt doopen. De vader was een opregt en welgezind man, die zich van de waarheid des Evangelies eindelijk had laten overtuigen, en van de duivelsdienst had laten losmaken. Ofschoon hij een tijd lang alleen stond, en van zijne buren en bloedverwanten veel had te lijden, beleed hij chbistbs toch vrij en in het openbaar. Zijne vrouw verliet hem met hare drie kinderen en ging naar hare betrekkingen; maar door zijne liefde gewonnen keerde zij echter na drie maanden

Sluiten