Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen worden, als hij bleef. Laler zeide men, dat de priester zijn werk niet goed bad kunnen verrigten, omdat de Zendeling in zijne nabijheid geweest was. Wij zouden meenen , dat dit volksgevoelen bet bijgeloof moest ondermijnen. Toch blijven de meesten halsstarrig bij de leugendienst. Daarvan de volgende proeve. Broeder bühreu begaf zich eens te Utschilla naar een nabij gelegen duivelstempel, omdat hij vernam, dat velen daar bijéén vergaderd waren. Weldra zag hij uit bet binnenste des tempels twee priesters te voorschijn komen, met zilveren gordels en klokjes om de lenden, en met ontbloote zwaarden in de handen. Daar begonnen zij hunne kunsten. Tegen over hen zat een Bramien op eene bank. Deze antwoordde in den naam zijner goden op de vragen der in des duivels naam sprekende priesters. De hoofdpriester opende nu den mond, over zijn geheele ligchaam sidderende en bevende, en liet zich ongeveer op deze wijze hooren : » Ik ben één, die zeer groot is; ik reik van den hemel tot op de aarde, van den opgang tot aan den ondergang; ik heb uwe vaders geholpen , hen gezegend en zeer verschoond, omdat zij hunne geloften hebben gehouden. De slechte tijd is voorbij, een goede tijd is voor u aangebroken; ik wil u redden, zoo gij doet, gelijk uwe vaders gedaan hebben." Hierop antwoordden de aanwezenden: » Ja, ja, zoo willen wij doen, help ons." Nu ging de priester, nadat hij den Bramien om zijne gunst had gebeden en van dezen tot antwoord had ontvangen: » Ik geef er u

Sluiten