Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een buffel; maar hoe ook de hond zijn uiterste best deed, zijne tegenpartij, de uitgehongerde Liaaiër, behaalde de overwinning, en de buit ging ongewasschen den pot in, en werd, nog niet half gaar gekookt, inet o! zooveel graagte verslonden. Bij de christenen ging alles meer geregeld toe. Allen werden, bij beurten, aan den feestdisch genoodigd, en zij deden de tafel eer aan. 't Was hun aan te zien, dat zij de spijsbereiding der christenen uitnemend vonden." De Sebanezen hadden Liaai niet bezwaard. Na afloop van de godsdienstplegtigheid waren nagenoeg allen weder naar Seba teruggekeerd.

Voorts deelt Br. tepfer ons mede, hoe de christenen van Seba, meerendeels zei ven arm, toch f 27.50 hadden bijeengezameld als bijdrage voor den opbouw eener kerk te Indramajoe in het Cheribonsche, waarvoor in Indië hulp was gevraagd; eene som, die voor zulk eene behoeftige bevolking, waarlijk niet onaanzienlijk is te achten. Zeker zou de vraag kunnen opkomen, of de Sebanezen niet beter zouden hebben gedaan, net dat geld te gebruiken voor den opbouw van eene eigene kerk, die te Seba zelf nog ontbreekt. Maar hoe men over die zaak moge oordeelen, toch levert zij een bewijs van bereidvaardigheid om anderen te helpen, en is zeker een opmerkelijk feit onder een volk, dat, eer het met het christendom bekend werd gemaakt, wel van nemen, maar niet van geven wist.

wVraagt men mij" - zoo vervolgt onze Br. - //van welk gehalte zijn de jeugdige of nieuwe christenen op Savoe? dan z eg ik: „ oordeel zelf over het nakroost van mota-lai , een geslacht, dat een zoo treurig, zoo vreeselijk verleden kent (1). Wat anders, dan de kracht van Gods eeuwig Evangelie, heeft de harten der Savoenezen kunnen ombuigen tot al hetgeen ik boven heb vermeld? Of zij allen met die zelfde gedachten zijn bezield? Of zij reeds allen leerden barmhartig ^ zijn ?... Neen, dat zeker niet. Onder de christenen op Savoe zijn 0 ok, even als in Europa, zeer zelfzuchtige, zeer onbarmhartige gedoopte menschen; dit begrijpt de gemeente

(1) Zie »Mededeelingen," Deel XIX, pag. 218 e.v.

Sluiten