Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

las. - Ware frits in de Minahassa gebleven, had hij eene omleiding genoten van Br. graafland, hij zou een uitstekend onderwijzer geworden zijn. Hoe jammer, zou men zoo zeggen, dat hij afgewezen werd om een gebrek, dat eiken dag afneemt! En aan ernst ontbrak het hem waarlijk niet.

Frits kon intusschen op andere wijze nuttig worden. Wij hadden behoefte aan iemand, die mettertijd Br. bettink in de drukkerij te Tanawangko kon terzijde staan, dezen later welligt kon vervangen. Toen ik frits vroeg, of hij lust zou hebben drukker te worden, moest hij eerst wel weten, wat dat beduidde; nadat hij echter de drukkerij van de HH. wyt eens gezien en met Br. wibrsma gesproken had, betoonde hij zich bereid, om bij de HH. wyt in de leer te gaau. Sedert October des vorigen jaars was hij daar, en zoo van de HH. zeiven, als van den Meesterknecht, gelijk van enkele Gezellen, ontving ik steeds de gunstigste getuigenissen omtrent frits. Zijn gedrag, zijn aanleg, zijn ijver lieten niets te wenschen over. nAls hij maar wat meer sprak, en van tijd tot tijd eens kon lagchen", werd dikwijls opgemerkt. Ja, dat kostte mij ook moeite: die hooge ernst, bij zoo'n gansch gullen omgang, was wel eens pijnlijk.

Frits bracht het spoedig zóó ver in 't letterzetten, dat de Heeren hem weekgeld gaven. Toen was hij gelukkig! En met opgewondenheid kwam hij mij dit groote nieuws mededeelen. De HH. wyt hadden aan hun personeel op Nieuwjaarsdag een feest gegeven, ter gedachtenis van het vijftigjarig bestaan der drukkerij; ook frits was daar geweest, maar hij kwam den volgenden dag met een gemoedsbezwaar tot mij: hij had de Heeren geen geluk gewenscht met het ingetreden nieuwe jaar; men had hem wel gezegd, dat dit met het feest er door heen ging, daarmede kon hij echter geen vrede hebben. Hij vroeg mij, of hij het verzuim niet zou kunnen vergoeden door middel van een' brief, en toen ik hem daartoe had aangemoedigd, was hij spoedig gereed, en 't was regt goed, wat hij zijnen Patroons toewenschte.

Ik had hem gezegd: «Frits! Nu ge geld verdient, moet ge een gedeelte naar de spaarbank brengen." Wat dat beduidde, en wat dat was, moest ik hem verklaren; maar toen hij dit eenmaal wist, mogt er ook geen gras over groeijen, en naauwelijks had hij geduld te wachten tot den dag, waarop hij zijn geld kon uitzetten. Helaas! de goede jongen heeft het niet herhaald.

In de laatste volle week van Maart was hij met verscheidene huisgenooten zwaar verkouden, zoodat wij hem eenige dagen t'huis hielden. Uit zichzelven was hij echter, na een paar dagen, weêr aan zijn werk gegaan; maar Zaturdag, den 26sten klaagde hij over keelpijn, en ik maande hem aan tot voorzigtigheid. Zondag stond hij gereed om naar de zondagschool (in de kapel bij het zendelinghuis) te stappen, toen ik hem zeide, dat dit niet goed voor hem zou zijn. Hoe bedrukt stond toen dat gelaat! «Maar immers, meu kon hem niet missen! Er was niemand om voor te spelen!" Yoor zulke ernstige redenen moest ik onderdoen. Frits is gegaan;

Sluiten