Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1876. JS 8 en 9.

MAANDBERIÜf

VAN HET

Nederlandsche Zendelinggenootschap.

(78 ste Jaargang.)

Verslag yan den Staat en de Werkzaamheden van liet Nederlandsche zendelinggenootschap in 1876.

Deze veertij/ jaren i» de Heer, uw God, met w geweest; geen ding heeft u ontbroken.

Aan het eind van zijne loopbaan gekomen, bereid en gereed °tn zijne taak in andere, meer geschikte handen over te geven, 'egde M ozes, de man Gods, voor het gansche volk rekenschap af van z !) n werk. De leidsman van Israël door de woestijn hangt een tafereel op van de geschiedenis der jongste veertig jaren, herinnert plegtig de wetten en inzettingen, kondigt zijn aftreden aan, en vermaant zjjn volk met vaderlijken ernst tot getrouwheid aan deu Heer: de goddelijke zegen zal hun loon zijn.

In 't kleine ligt het groote, en 't is geen aanmatiging, als men w het groote het beeld ziet van zijn eigen lot en leven. Over'Jragtelijk heeft ons Genootschap zjjne veertig jaren in de woestijn doorleefd. Zal het nog langer daarin blijven, om wat vroeger of later te gronde te gaan, of zal het zjjn Kanaiin binnentrekken? Ziedaar de vraag van het oogenblik. Het is noodig, die met kalmte te beantwoorden, en het kan niet ongepast zijn, als wij dit verslag aanvangen met eene poging daartoe.

'Geen ding heeft u ontbroken," dat kunnen wij tot op den hnidigen dag zeggen. Zal ons verder niets ontbreken? 't Geloof ze gt: voorzeker niet. En daarmede zouden wij kunnen volstaan, als w « me t bedachten, dat het geloof insluit: de handen uitsteken tot het verkregen van de stoffelijke middelen, die de mensch niet °ntberen kan. Maar wat staat ons daarbij anders te doen, dan ons ' e wenden tot onze medechristenen? Wat dunkt u, Medeleden V ln 0ns Genootschap, zouden die middelen kunnen verstrekt worden?

indien het vermogen er is, zou de wil bestaan, om het aan te w enden zoover als ons werk dit vordert? Wjj doen een bernep op 11. dat ons Genootschap zjjn werk voortzette?

8

Sluiten