Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

één, Br. J. J. Bür , de vader, werd de voorlooper op de Zuidwestereilanden.

In 1826 werden niet. minder dan tien zendelingen te gelijk afgevaardigd; drie bestemd voor Timor, twee voor Sumatra's Oostkust, vijf voor de Zuidwester-eilanden. Van de eersten zij' 1 twee vroeg gestorven, terwijl één, na nog korten tijd op de Zuidwester-eilanden gearbeid te hebben , als Hulpprediker in Gouvernementsdienst overging. De zending naar Sumatra ging niet door, daar de man, op wien men gerekend had ( Gützlaff ), naar China vertrok. Van de vijf voor de Zuidwester-eilanden bestemd is ten slotte slechts Br. Luyke overgebleven, terwijl ook een zesde broeder, in 1832 daarheen gezonden, slechts kort leefde; weder was één in Gouvernementsdienst overgegaan. De zending op de Zuidwester-eilanden moest in 1842 opgeheven worden.

Van 1829 tot 1849 werden nog zeven zendelingen naar Timor en Rotti afgevaardigd, van welke slechts één (Br. Donsei.aar ) met eenige vrucht daar gewerkt heeft, in verband met den Hulpprediker te Koepang , terwijl de andere óf vroeg stierven, óf eene andere bestemming verkregen. In 1852 werd de zending op Timor opgeheven. De zending in het zuiden van Celebes, waar Donsei.aar en Goudswaard een deel hunner beste krachten hebben aangewend, °n ten slotte door de Begering tot werkeloosheid te worden veroordeeld, onderging hetzelfde lot.

Aan niets heeft het in al die zendingen ons ontbroken, dan aan volharding, niet enkel in de prediking van het Evangelie, 'naar ook en veel meer in het overwinnen van zwarigheden buiten 'le zending. Ons Genootschap werd door het Gouvernement naar de buitenbezittingen verwezen, en deze werden meer dan verwaarloosd. In dezen heeft al te veel ons ontbroken.

Niet zonder vrucht, en als men de toestanden onpartijdig beschouwt, met gezegend gevolg heeft het Genootschap' op de Ambonsche eilunden gewerkt. Schandelijk waren de christengemeenten op die eilanden verwaarloosd. Door Br. Kam kwam aan dien toestand een einde, en sedert, in 1832, twee zendelingen daar geplaatst w erden en in 1835 een europeesch onderwijzer aan het hoofd van ne ne inlandsche onderwijzers-kweekschool was opgetreden, hebben gemeenten weder eene gedaante gekregen, en is, door school°nderwjjs, voor de jeugd gezorgd. Sedert 1854 werkte de Regering ''aartoe mede, door het bezoldigen van zendelingen als Hulppredikers; n heeft het ons niet ain verdrietelijkheden ontbroken bj)

8*

Sluiten