Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de toestanden van vóór 1840 tenigkeere. Zoolang ons niet gebleken is, dat wij op een inkomen van ƒ 100000 's jaars kunnen rekenen, leven wij in de woestijn, en hoe lang het daarin nog zal zijn uit te houden is eene vraag, die wij liefst onbeantwoord laten.

0. Met vrijmoedigheid onze zendingen van al het noodige te kunnen voorzien, is een tweede vereischte voor den overgang in het land der belofte. Wij hebben thans 1 5 zendelingen, 49 inlandsche hulpzendeliugen , 136 inlandsche onderwijzers, meerendeels huisvaders, te onderhouden. Wij zouden als wij onzen zendelingen een eenigszins voldoend inkomen. den Hulpzendelingen dat vau de Gouvernemeuts inlandsche onderwijzers en den onderwijzers miuder dan de helft daarvan gaven, daarvoor alleen ƒ77500 noodig hebben, terwijl wij er thans nog geen ƒ 50000 voor uitkeeren. De beide kweekscholen in de Minahassa zouden op zeer gematigden voet ƒ 20000 vereischen, terwijl zij ons nu, met inbegrip van de tractementen der zendelingen nog geen f 9000 kosten. Voor pensioenen van zendeliDgsweduwen en oudmeesters wordt gevorderd J 2482. Voor de genoemde hoogst noodzakelijke uitgaven zou / 100000 (honderd duizend gulden) niets te veel zijn. En nu hebben WI J geen huishuur, onderhoud van gebouwen, noodzakelijken aanbouw van andere, geen hulpmiddelen voor het onderwijs, reiskosten en zooveel meergenoemd. Waar zou het met onze financiën heen, als wij aan de billijke eischen van het werk moesten beantwoorden? Waar zou het heen, als wij onzo arbeiders moesten bezoldigen als die van het Gouvernement? Zóó veel vragen wij niet, omdat het toch al zooveel moeite kost, om ƒ 82000 's jaars te verzamelen. Wjj getroosten ons eenigerniate de bekrompen omstandigheden, waarin wjj vorkeeren. Toch wordt do vraag in onze vergaderingen gedaan: "'ogen wij ten slotte onze zendelingen, onze hulpzendelingen, onze onderwijzers in die bekrompenheid laten verzuchten?

Het moge den huisvader mogelijk zijn , van zijne uitgaven enkele t ( ' schrappen; hij moge het dragen, als de nood hem dwingt in stilte armoede te lijden, - het zou wreed zjjn aan 200 huisvaders 'Ie verpligting op te leggen, met de hunnen gebrek te lijden. Het moge aangaan zijne bedienden te ontslaau, die elders weêr hun brood kunneu vinden; zich van zjjue goederen te ontdoen, die door anderen even goed, welligt beter beheerd zullen worden; men ontslaat de mannen niet, die begonnen zjjn het Evangelie te verkondigen; men ontdoet zich niet van zendingposten, om die aan '>un lot over te laten. Men wjjze ons eenen dooden akker in

Sluiten